Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. SLAVERNIJ IN HET ALGEMEEN.

De overigens zoo uitvoerige en nauwkeurige van Spaen maakt zich, in zijn meesterlijke Inleiding tot de Geschiedenis van Gelderland (IV, blz. 247), van dit onderwerp wel wat gemakkelijk af, met de opmerking: „De oneindige zoorten van knegtschap en de wijze van vrijlating hier te behandelen zou ons in een waar doolhof leiden".

Ik waag het hierbij den lezer uit te noodigen mij, met, behulp van den Ariadnedraad van oude wetten en geschriften, op een tochtje in dien doolhof te vergezellen. De aard onzer publicatie maakt breede aanhalingen mogelijk en zelfs gewenscht. Van die vrijheid zal ik in de volgende bladzijden rijkelijk gebruik maken, ten einde mijn onderwerp behoorlijk te kunnen toelichten. Toch ligt het niet in mijn bedoeling — ook al bezat ik daartoe de krachten — een uitvoerige studie te leveren over de ontwikkeling en het wezen der slavernij in hare verschillende vormen. Mijn pogen heeft slechts ten doel enkele punten van dit zoo ingewikkelde onderwerp eenigszins toe te lichten.

Vooraf een woord over de benaming slaaf. Tot mijn leedwezen moet ik bekennen niet voldoende te zijn belezen in de oudste gedenkstukken onzer taal, om te weten door welk woord het begrip siaaf oorspronkelijk werd uitgedrukt. Noordewier 1) meent, dat de benaming m a n zou zijn geweest. Voor het nederduitsch klinkt dat niet onwaarschijnlijk; in tallooze samenstellingen toch heeft dat woord ook thans nog de beteekenis van dienstbaarheid: tuinman, voerman, werkman, opperman, zeeman, stuurman, enz. Dergelijke vormen zijn eveneens overvloedig in het met het nederduitsch verwante engelsch. In het hoogduitsch schijnt knecht (kneht) dezelfde beteekenis te hebben gehad. Graff vertaalt dit o. m. door puer, servus 2); en in de oudste bronnen dier taal is het de overzetting van vernaculus, vassus, vasallus, ook van manumissus.

De thans in de meeste talen van Europa gebruikelijke vormen van het woord slaaf kwamen in gebruik gedurende de oorlogen der Duitschers met de Slavische stammen over de Elbe en de Oder; de daarbij gemaakte krijgsgevangenen werden door slavenhandelaars van de Duitschers opgekocht en over gansch Europa verspreid. Bedrieg ik mij niet, dan komt het woord sclavus in Neder-Duitschland het eerst voor in een tollijst van Coblenz uit het jaar 1104: „de sclavo empticio 4 denarii" 3). Slavernij was eenmaal onaf-

1) Noordewier, Nederd. Regtsoudh., blz. 123.

2) Graff, Althochdeutscher Sprachschatz.

3) Sloet, Oork.bk. No. 205. In Zuid-Duitschland ontmoet men den naam reeds meen oorkonde van 939: 11 „familie litonum", 26 „slavorum". du Canges oudste voorbeeld dagteekent van 1252.

1

Sluiten