Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLAVERNIJ EN DIENSTBAARHEID.

9

2. SLAVINNEN.

Het woord serva werd evenmin in het klassieke als in het middeleeuwsche latijn gebruikt; 'steeds werd de vrouwelijke slaaf ancilla, dienstmaagd, genoemd 1). Toch verschilde haar dienstbaarheid in niets van die haars mannelijken lotgenoots. De straffen, die zij onderging, waren zelfs even zwaar. Had zij een misdrijf begaan, dat de slaaf met castreering of 240 stokslagen boette, dan ontving zij hetzelfde aantal, tenzij het haren meester behaagde de straf met de daarvoor bepaalde som af te koopen 2).

In onze landen had de slavin minder waarde dan de slaaf, omdat zij minder werkkracht bezat en voor minder handarbeid bruikbaar was. Doodde of verkocht iemand eens anders slaaf, dan beliep hij een boete van 35 sol.; op het dooden of het stelen van een slavin was slechts 30 sol. gesteld 3). In den titel der Salische wet, waarin deze bepaling voorkomt, is ook sprake van een slaaf of eene slavin, die 15 a 25 sol. waard is, terwijl een meierin (majorissa) of een slavin in het huiswerk gebruikt (ancilla ministerialis of de ministerio dominorum) op een waarde (valens) van 25 sol. wordt getaxeerd 4). Daarentegen stond er 45 sol. op het stelen van een karrepaard 5).

Met hetgeen een heer deed met zijn eigen slavin, bemoeide de wet zich niet. Zij was immers zijn eigendom, waarover hij het recht bezat in alle opzichten te beschikken. Maar met strenge maatregelen waakte de wet over de zedelijkheidsverhouding der mannen met de slavinnen van anderen. Vergat een vrijgeboren man zich met de ancilla van een ander, dan verviel hij in een boete van 15 sol., met eene slavin des konings zelfs van 30 sol. Maar beging een slaaf dit misdrijf, met hem werden kortere metten gemaakt. Als het meisje stierf (in de kraam?) tengevolge van haar omgang met hem, dan werd hij gecastreerd („II est juste, que 1'on soit puni par oü 1'on a pêché"). Hij kon er evenwel ook afkomen met een boete van 6 sol., maar dan moest zijn heer het verlies der vrouw goedmaken. Bleef zij leven, dan ontving de slaaf öf 120 stokslagen öf hij moest een vergoeding van 120 denariën aan den heer der slavin betalen 6).

Een edict van den Frankenkoning Theoderich bepaalde dat, zoo een vrij-geboren man, die niet tot een (of de?) „civitas" behoorde, eens anders maagdelijke of in het huis geborene (o r i g i n a r i a) slavin — onverschillig van welken leeftijd — misbruikte, hij — zoo haar heer dit eischte of hijzelf het wenschte — diens slaaf kon worden en aan die vrouw verbonden blijven (contubernium non relinquat); zelfs door haar overlijden verkreeg hij de vrijheid niet. Wilde de heer der slavin die vereeniging niet toestaan of loochende de ver-

1) Om tautologie te vermijden, gebruikt Horatius éénmaal (Oden, 2, 4, 1ste stanza) de woorden ancilla en serva, om meisjes van dezelfde categorie aan te duiden.

2) Lex Salica, tit. XLII, c. 15 (I. p. 59).

3) Partus legis Salicae, tit. XI § 2 (I, p. 21).

4) Ibidem § 6 en Lex Salica, tit. XI § 5 (I, p. 22).

5) Lex Salica Eccardi, tit. 37 al. 1 (I, p. 129).

6) Lex Salica, tit. XXVII §§ 1, 2, 4, 5 (I. p. 41).

Sluiten