Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

(7de eeuw). Zijn biograaf Audoënus verhaalt dat, wanneer de heilige man vernam, dat ergens slaven te koop waren, hij somtijds 20, 30, ja 50 tegelijk, somtijds den geheelen aanvoer opkocht en hun de vrijheid schonk (z. b. blz. 4).

Bewijzen van slavenmarkten in onze streken zijn mij niet voorgekomen, maar onwaarschijnlijk dunkt het mij niet, dat in de vroege middeleeuwen slaven op onze jaarmarkten te koop hebben gestaan. De buit aan gevangenen, door Friesche, Saksische, Scandinavische zeeschuimers langs de kusten der Noordzee gemaakt, zal vermoedelijk wel afzet hebben gevonden onder de Frankische grootgrondbezitters; dat dezen rijkelijk van slaven waren voorzien, büjkt uit tal van oorkonden.

De genoemde zeeschuimers, die Engeland met hun invallen teisterden, roofden vele jongelieden, die zij als slaven verkochten. Zelfs nog in de 11de en 12de eeuwen werden veel slaven door zeeroovers in Duitschland ingevoerd. Zoo zag men in 1196 op een slavenmarkt in Mecklenburg een kudde van niet minder dan 70Ö Deensche slaven te koop, resultaat van wederwraak voor een menschenrooftocht in het Mecklenburgsche land, kort tevoren door Denen gehouden. Nog omstreeks 1298 begaf zich een burger uit Riga naar het gebied van den vorst van Witebsk bij een Lithauische heirschaar, om daar slavinnen te koopen 1).

Prijzen, zooals in het oude Rome voor slaven werden betaald, zijn zeker nimmer in het overige Europa gegeven. Horatius spreekt van 8000 2), Martialis van 100.000 solidi 3). Maar dit zijn dichterlijke overdrijvingen; 20 aurei was de gewone prijs tijdens het keizerrijk, gelijkstaande met ƒ75 a ƒ100.— van onzen tijd 4).

De prijs van een slaaf hing natuurlijk af van verschillende factoren: leeftijd, landaard, bekwaamheden, vraag en aanbod enz. In de talrijke formulieren van verkoop van slaven wordt geen prijs genoemd; „solidos tantos" leest men daar slechts; maar andere bronnen geven toch wel eenig inzicht. Gregorius van Tours maakt melding van slaven, die minstens 10 pond goud waard waren 5). De wet der Friezen stelt de waarde der slaven gelijk met die van het vee. Voor het dooden van eens anders slaaf betaalde men den prijs, dien de eigenaar op den verslagene stelde, evenals dit geschiedde met ossen, geiten, schapen, varkens en al wat dient tot nut van den mensch, tot den huishond toe 6). Desgelijks wordt de slaaf in de Salische wet in waarde gelijkgesteld met het vee 7), terwijl in een der paragrafen wordt gesproken van een slaaf of een slavin ter waarde van 15 of 25 sol. 8). Daarop volgt de waardeberekening van verschillende soorten

1) van Dillen, Econom. karakter der middeleeuwsche steden, blz. 59.

2) Horatius. 3) Epigr., I. 59.

4) Horatius had zijn slaaf Davus gekocht voor 500 drachmen (Sat, II, 7, vs. 43) d. i. ±f 150. 5) Zehn Bücher frankischerGesch.,(4, Aufl.(S.Hellmann), 1911),B.II,c. 15.

6) Lex Frisionum, Ut. IV, c. 1, 2 (I p. 356).

7) Pactus legis Salicae, tit. XI, c. 1 (I, p. 21).

8) Lex Salica, Ut. XI, c. 5 (I, p. 22). De solidus gold langen tijd 40 denarii. Volgens de Lex Ripuariorum stond de zilveren solidus van oudsher gelijk met 12 den. (tit. 37, c. 12), ook volgens de Capitularia K. M. et Lud. Pii, III, c. 30 (I, p. 175; II, p- 458). Dit gold onder de Franken; bij de Saksen en Friezen bleef 40 de tax. Zie du Cange i. v.

SLAVERNIJ EN DIENSTBAARHEID.

Sluiten