Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

SLAVERNIJ EN DIENSTBAARHEID.

heeren, door wier nalatigheid dit is geschied, omdat zij hen niet hebben weerhouden, den koningsban (een boete van 60 sol.) te betalen hebben 1).

Aangaande de samenzweringen van slaven, die in Vlaanderen, te Mempiscum (onbekend) en andere plaatsen langs de zeekust hebben plaats gegrepen, moeten keizerlijke afgezanten (missi) den heeren der slaven aanzeggen zorg te dragefc, dat zulke samenzweringen niet meer plaats grijpen. Heeren, wier slaven zich daaraan schuldig maken, zullen na de uitvaardiging van dit bevel den koningsban te betalen hebben 2).

11. VRIJLATING.

Voor de vrijlating konden verschillende redenen bestaan. Als een werk van liefdadigheid (men denke aan de leer der goede werken der Roomsche kerk) had zij in vroege tijden veelvuldig plaats „tot heil der ziel", hetgeen dan ook in den vrijbrief nadrukkelijk werd verklaard. Dankbaarheid voor trouwe diensten kon eveneens een aanleiding zijn. En zoo waren er nog tal van andere overwegingen, die het niet noodig is hier verder op te sommen. Vrijlating komt zelfs voor als een gevoellooze zuinigheidsmaatregel, n.1. ten einde zich te ontlasten van een ouden, versleten dienaar. Daarvan geeft ons de abdis van Essen in 1359 een voorbeeld. Zij schonk een harer volschuldigen de vrijheid, „opdat he comen moge in dat hus, dat genomet is des Hilgen Geistes hus to Essende, want he alt, arm und kranc is"; zij voegde hieraan toe de „genade", dat zij hem nooit terugeischen zou 3).

Er bestonden verschillende graden en wijzen van vrijlating: zij kon öf absoluut, volkomen (directa) zijn, waarbij ingenuitas werd verleend; öf onder voorbehoud van verplichtingen van dienstbaarheid aan den voormaligen heer.

Bij de eerstgenoemde was de band der slavernij volkomen ontbonden. Zoo was het ook bij de Romeinen: „Wees vrij en ga waarheen gij wilt," zegt de meester tot zijn slaaf in het oude blijspel 4). Desgelijks heet het in de Ribuarische wet, titel „Van vrijlating volgens het Romeinsche recht": „Als iemand zijn slaaf vrijlaat en Romeinsch burger maakt met open deuren, enz. 5).

Toen Marculf zijn Formulieren verzamelde (in de 6de eeuw), bestonden er 4 wijzen van vrijlating:

a. voor den koning; b. in de kerk; c. bij brief; d. bij testament.

a. Vr ij lating voor den koning.

Hiervan wordt gesproken in de Ribuarische wet: „Als iemand zijn vrijgelatene (1 i b e r t u s) volkomen vrij (i n g e n u u s) heeft

1) Capit. K. M. et Lud. PU IV, cl. 2) Ibidem, c. 7.

3) Kindlinger, a.w., No. 108. Vgl. ook No. 119 (1365).

4) Plautus, Menaechmi, 5, 7.

5) Lex Ripuariorum, tit. LXI, c. 1 (I, p. 184).

Sluiten