Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLAVERNIJ EN DIENSTBAARHEID.

43

van Bordeaux, eindigt met de verklaring: „En opdat dit ten eeuwigen dage onveranderd blijve, heb ik deze oorkonde in een openbare samenkomst in bijzijn en ten getuige van de gansche gemeente in de St. Christophorus-kerk doen opmaken. Op Zondag, vóór de processie, hebben ik en allen, die daar tegenwoordig waren, dit met ons kruis geteekend. Aldus geschied onder de regeering van koning", enz.

Merkwaardig is het praeambel van een formulier van vrijlating in de kerk uit de 9de eeuw: „Hij leve voor zich zeiven, arbeide voor zich zeiven, hij moge de vruchten van zijn arbeid oogsten. Het is de plicht der Kerk hem te beschermen en te verdedigen. Aan haar moet hij jaarlijks de waarde van een tremissis of wat hij

kan betalen" 1). Een ander luidt als volgt: weshalve ik in

Godes naam mijn slaaf N. aan de kerk X. overgeef en van eiken band van slavernij ontbind, namelijk op deze voorwaarde, dat hij jaarlijks te mijnen bate (in meam elemosynam) op het feest van bovengenoemden martelaar 2 den. betale en aldus een vrij man zij, hijzelf en al zijn afstammelingen, evenals andere slaven, die op dezelfde wijze (talem titulum) zijn vrijgelaten; die erkennen, dat zij de bescherming of verdediging van de bestuurders dier kerk genieten" 2).

Een ander formulier van vrijlating in de kerk is bij Marculf te vinden: „Wat volgens de Romeinsche wet is geschied, kan niet worden herroepen. Derhalve, op dien en dien dag, in het zooveelste jaar der regeering van koning N., onzen heer, de zooveelste indictie, heeft een eerbiedwaardig man, een diaken, getuigd voor hen, die dezen brief onderteekenen, dat hij in die en die kerk een zijner slaven heeft vrijgelaten, die zich verdienstelijk jegens hem had gedragen, volgens de instelling van (keizer) Constantijn zaliger, welke wet luidt: „Allen, die ten overstaan der bisschoppen, priesters of diakenen in eene kerk worden vrijgelaten, behooren (pertinent) aan de stad Rome en moeten door de kerk verdedigd worden... 3) op die voorwaarde, dat hij kan gaan waarheen hij wil, alsof hij uit vrije ouders geboren en getogen ware. En aan geen mijner erfgenamen of achtererfgenamen zal hij eenige dienstbaarheid of erkentenis voor de vrijheid of hulde (obsequium) schuldig zijn; maar, zooals ik gezegd heb, hij zal volkomen en wettig vrij blijven, vrij en veilig, en altijd aan de stad Rome behooren. Tot het maken van een testament is hij volkomen gerechtigd" 4).

Uit een charter van 1056 blijkt, dat de slaaf bij vrijlating in de kerk door den priester driemaal om het altaar werd geleid, waarbij beiden eene brandende kaars in de hand hielden 5). Aan een ander voorbeeld van 1107 wordt toegevoegd, dat de vrijgelatene dan buiten de kerk werd gebracht naar een punt, waar twee straten elkander sneden; daar liet men hem gaan werwaarts hij wilde. Volgens nog een ander getuigenis greep de vrijlating plaats voor of bij het altaar

1) Zeumer, Formulae extravag., I p. 260.

2) Ibidem, p. 545, No. 19; vgl. p. 548, No. 26*

3) Hier staat in den tekst, dat er een en ander betreffende de vrijlating ontbreekt.

4) App. Marculfl (.Form. ine. auct,), No. 56 (III, p. 371).

5) Muratori, Ital. med. aevi coll., p. 854; Noordewier, a. w., blz. 136.

Sluiten