Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

waarde) daarvan, moeten zij met 11 geloofwaardige eedhelpers voor den schout zweren, dat dit hun eigendom was vóór de ziekte van den overledene en dat deze bij zijn leven niet het minste recht daarop had. Een laat of een mansionarius mag op zijn ziekbed aan zijne kinderen of vrienden niets schenken of vermaken. Na den dood van een mansionarius krijgen de kinderen het goed (mansum) volgens deszelfs waarde en zooals zij het van de welwillendheid des meiers kunnen krijgen. De vergunning tot een huwehjk stond voor beide geslachten ter beschikking van den schout. , Er bestonden ook vrije mansionarii. In 1217 vergunde graat Willem I van Holland den abt van Mariënweerd op s graven goed 2 mansionarii van vrije geboorte (libe r i na t ione) te plaatsen, die van alle schatting vrij zouden blijven 1).

31. ORIGINARII.

In het jaar 1064 ontvangt Constantijn van Meiegarde 2) de advocatie over de mansi of goederen der originarii der kerk van Zutphen en over hunne personen. Hij mag de originarii met meer dan driemaal 's jaars in den hof (curia) van den proost oproepen, ten einde de belangen der kerk te bespreken. Bij die gelegenheid moeten zij allen de verschuldigde penningen betalen. Verder mag hij niets dan of later van hen eischen 3).

Originarii of oorspronkelijken waren de afstammelingen van die slaven, hoorigen of onvrijen, welke bij de vorming van het goed daaraan waren verbonden. Een decreet van koning Theoderic zegt, dat het iedereen volkomen vrijstaat, landslaven (rustica mancipia) van beiderlei kunne naar zijne verschillende landgoederen of ook voor bezigheden in de stad te verplaatsen, zelfs al zijn zij o r i g ï n a r 11; men mag hen ook zonder eenig grondstuk afzonderlijk verkoopen 4). Dat zij hoofdgeld betaalden, blijkt uit eene mededeeling van Caesarius van Heisterbach; deze verhaalt 5), dat iemand door de weldaden en gunsten der H. Maagd in zoo groote liefde voor haar ontvlamde, dat hij zich in eene aan haar gewijde, arme kerk op het altaar, met een touw om den hals, tot haar grondslaaf (servus glebae) maakte en jaarlijks hoofdgeld betaalde evenals de originarii-slaven.

32. SCHOTBARE LIEDEN.

Alle serviele goederen en personen stonden onder dezelfde verplichtingen. Zij mochten hunne goederen niet verlaten en elders bezigheid zoeken. Hunne heeren konden hun en hunnen goederen in geval van noodzakehjkheid boven de gewone buitengewone schattingen opleggen, oudtijds schotelgelt 6) genoemd, waarom zij schotbare luy-

1) van den Bergh, Oorkbk., Nalezing No. 12.

2) Ook de Berge. Hij is de oudste bekende heer van den Berg (van Spaen, Inl., 1, blz. 3331 3) Sloet, Oorkbk., No. 174.

4) Edictum Theoderici, c. 142 (I, p. 412).

5) Dial. mirac., VII, 38, p. 51. In Dial. IV, 88, spreekt hij van een getrouwen servus origlnarius. die als huisknecht diende. ■

6) Zie over een cijns in schotels Noordewier, Nederd. Regtsoudh., blz. 155». Toch wil het mij voorkomen, dat zoo iets hier niet bedoeld is: het was geen cijns. Ik

SLAVERNIJ EN DIENSTBAARHEID.

Sluiten