Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

nemen, dat deze overlaten, die Noord-Brabant slechts tot grooten overlast strekten, geheel vrijwillig ten bate van Gelderland gemaakt zouden zijn.

De Maas had destijds verbinding met de Waal gekregen en daardoor kon Gelderland zijn hooge water op de Maas ontlasten.

De eerste gemeenschap van deze rivier met de Waal bestond door het oude Voorensche kanaal, gelegen tusschen het dorp Heerenwaarden en het benedenste gedeelte der bedijking van het Land van Maas en Waal. Maar reeds in 1823 schrijft Baron Krayenhoff, dat het op een derde gedeelte van de Waal af door een dam gesloten is, die met de daarop gelegen kade 7,35 M. boven A.P. ligt en tot overlaat dienen moet. Aan beide zijden was het kanaal voor het grootste deel nog open1).

Deze overlaat heeft echter, voorzoover bekend, nooit van de Zijde der Maas en slechts zelden van de Waalzijde gewerkt2).

De tweede gemeenschap was door middel van het Kanaal van St. Andries, terwijl bij hoogen waterstand het water aldaar over de landen van Heerenwaarden kon loopen. Zoo bestonden er dus verschillende gelegenheden, waardoor de Waal zich op de Maas kon ontlasten. En wanneer ze thans nog bestonden, zou bijv. in den winter 1925-1926 weder veel water uit de Waal op de Maas gekomen zijn. Immers 7 Jan. 1926 bereikte de eerste een stand van 8.78 M. + N.A.P. bij een stand van de Maas van 7.24 M. + NA.P. 8).

Hoe deze vereenigingen tot stand gekomen zijn, is onzeker. Ze zijn óf opzettelijk gemaakt, óf door de Waal bij hoog water doorgescheurd.

Het Voorensche kanaal heeft het aanzien van gegraven te Zijn, terwijl het Kanaal van St. Andries, dat veelal het Gat van St. Andries of ook wel het Schansche gat genoemd werd, meer de gedaante bezit van een toevallig verwekte gemeenschap 4).

Maar niet alleen de oorzaak, waardoor deze openingen op de een of andere wijze tot stand kwamen, ook de tijd, waarop het geschiedde, ligt in het onzekere. Baron Krayenhoff besluit uit

1) Baron Krayenhoff: Scheiding Wh aal en Bo ven-Maas., alsv. bldz .64. ') id., bldz. 64.

*) Verslag van het voorgevallene tijdens het hooge opperwater op de Nederlandsche rivieren in den winter van 1925-1926, bldz. 31 en 53. *) Baron Krayenhoff: Scheiding Whaal en Bo ven-Maas, alsv., bldz. 90.

Sluiten