Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

waarbij bepaald werd, dat de Heer van Megen den Groenedijk mocht herstellen, maar dat bovengenoemde openingen even diep en wijd moesten blijven, als zij waren, voordat ze door de Megenschen gedicht waren. Bij het verdrag, dat de partijen hierover 18 Mei 1569 sloten, werd dit bevestigd en alles werd nauwkeurig omschreven1). Maar hiermede was de zaak nog niet voorgoed uit, en herhaalde malen is tot op onzen tijd de strijd om den Groenedijk weder ontbrand.

Door de gaten in de dwarsdijken kon het Beersche Maaswater verder naar het Westen stroomen. Alle in de traverse gelegen lage gronden en vele polders tot 's-Hertogenbosch kwamen dan onder water. Bovendien hielp het dan meermalen de Dommel en de Aa om de omgeving van de stad te inundeer en.

Bij langdurige werking der Beersche Overlaten en vooral bij hoogen overloop werd de geheele traverse der Beersche Maas tot het militaire inundatiepunt van 's-Hertogenbosch, — d.i. tot 4.11 M. + A.P.— gevuld, en deze had dan een oppervlakte van 10 a 11000 H.A.*). Door de sluizen van de polders van Empel en Van der Eigen — 5 sluizen met een gezamenlijke doorlaatruimte van 16.24 M.— kon het water der Beersche Maas op de Dieze gebracht worden3). Bij nog hoogere standen kon het over lage gedeelten in den rechter Diezedijk loopen. In dien dijk waren n.1. zes plaatsen, die voor overlaat bestemd waren. De hoogte hiervan bedroeg 1.20 M. boven nul4) te 's-Hertogenbosch, terwijl zij een lengte hadden van6):

a. beneden het veerhuis te Orthen ± 500 M.;

6. beneden het gehucht Orthen ± 180 M.j

c. boven den watermolen van Van der Eigen ± 600 M.;

d. boven de groote wiel ± 200 M.;

e. boven de Empelsche sluis ± 600 M.; ƒ. beneden de Empelsche sluis ± 360 M. Verschillende dorpen boven Grave, n.1. Cuyk, Linden, Gassel,

Escharen en Mill, hebben zich door dijken tegen overstrooming van de Beersche Maas beschermd. Vóór 1694 moet Beers ook dijken gehad hebben. In dat jaar toch werd een Resolutie

l) Charter's enz.: Land van Ravenstein, alsv., Deel I,

*) A. de Geus: Beschrijving Overlaten, alsv. bldz. 7.

3) id., bldz. 7.

4) id., bldz. 41. De nul der peilschaal rs 4.109 + A.P.

5) id.: Aanteekening op bldz. 7.

Sluiten