Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

Ook de afstrooming van de Aa is evenals die van de Dommel terwille van de vestingswerken van 's-Hertogenbosch veel minder goed geweest, dan deze wel had kunnen zijn. De waterafvoer in niet onbelangrijke mate belemmerd, door de vergravingen, welke er terwille der stad en haar verdediging aan plaats gehad hebben.

Een bewijs hiervoor levert het volgende: De Kommandant van 's-Hertogenbosch had buiten de Hinthamerpoort een visscheiïj. Om deze van vischwater te voorzien, leidde hij in 1669 er een gedeelte dezer rivier door. Deze kreeg hierdoor echter zooveel afstrooming, dat haar bedding binnen de stad droog kwam te liggen1).

De Regeering der stad liet daarom de afleiding stoppen, maar ze werd door den Kommandant weder open gemaakt. Toen kwamen echter niet alleen de grachten binnen de stad, maar ook die van haar Hoornwerk en Ravelijn aan de Hinthamerpoort droog te liggen.

De Gemachtigden van den Raad van State, die in 's-Hertogenbosch vertoefden, namen als toen dit alles in oogenschouw en gaven de stad verlof de afleiding te dichten.

Uit het bovenstaande blijkt dat door een afleiding buiten de voormalige Hinthamerpoort van 's-Hertogenbosch het water der Aa snel afgevoerd kon worden.

De Aa ondervond in haar benedenloop natuurlijk ook zeer veel belemmering van de hooge waterstanden, welke door de dammen in de Dieze maar al te vaak kunstmatig in het leven geroepen werden. Door deze rivier werden in dergelijke gevallen zeer veel landerijen overstroomd.

c. De Leij.

De Leij ontspringt nabij Oisterwijk. Beneden Helvoirt neemt zij aan den linkeroever de Zandleij op, terwijl zij vroeger aldaar rechts de Broekleij opnam. Deze laatste is thans door een dam yan de Leij afgesloten. De gronden wateren door een kanaal op het Drongelensche kanaal af2).

De Zandleij ontstaat uit een drietal waterloopjes, welke in

1) Mr. J. v. Heurn: Historie 's-Hertogenbosch, alsv., Deel III, bldz. 159.

2) Voorloopig Rapport Bongaerts over Noord-Brabant, alsv., bldz. 66.

Sluiten