Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

dan 2 etmalen verkopen zijn, alvorens het water aan den Elftweg bespeurd werd 1).

De Baardwijksche Overlaat, welker behoud door de schade, die er herhaaldelijk aan ontstond, aanzienlijke opofferingen kostte, is verder gehouden op de breedte, welke zij door de verruiming van 1826-1827 verkregen had2).

Het rapport van de Staatscommissie van 1821 heeft zeker als nuttig gevolg gehad, dat de zaak der rivierverbetering in Oostelijk NoordrBrabant opnieuw door velen bestudeerd is. Verschillende werken zijn er dan ook verschenen, waarin de voorstellen der Commissie besproken worden, en veelal zijn daarbij ook nieuwe plannen naar voren gebracht.

In tegenstelling met de Commissie van 1821 is J. H. van Rechteren het geheel eens met de voorstellen van Baron Krayenhoff. Hij zegt over de verbetering van de Maas: „Ik zoek dezelve door het scheiden van Maas en Waal3)."

Hij stemt geheel in met de voordeden, die Baron Krayenhoff opgeeft van deze scheiding. Zelfs geeft hij nog een grooter vermeerdering van het verval tusschen Grave en Bokhoven op, nl. gemiddeld 2.55 M., terwijl deze bij hooge waterstanden 2.743 M. zou bedragen 4). èiÊÊfrh

Door deze verlaging van den Maasstand zou de uitwatering der gronden langs den Maaskant mogelijk worden 5).

Maar terwijl Krayenhoff geen verdere maatregelen aanbeveelt, meent van Rechteren, dat de scheiding en het maken van een Nieuwen Maasmond alleen niet voldoende zijn, om dijkbreuken te voorkomen. Daarom geeft hij de volgende middelen aan, strekkende tot afwending der gevaren, met welke de rivieren de polders bedreigen:

„1. Verbetering van het bed der rivieren;

„2. Verlating van het thans gevolgde grondbeginsel van „waterkeering en vervanging van hetzelve door wederzijdsche „afleiding van de wateren over de polders, als deze hooger geglommen zijn, dan het hoogst bekende zomerwater;

1) A. de Geus: Beschrijving Overlaten, alsv., bldz. 8.

2) E. v. Konijnenburg: Scheiding van Maas en Waal, alsv., bldz. 18.

3) J. H. van. Rechteren: Verhandeling over den Staat van den Rijn, de Waal, de Maas en den IJsel, alsv., bldz. 44.

*) id. bldz. 55. ') id. bldz. 56.

Sluiten