Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

77

In dit schrijven werd voorgesteld het Oude Maasje te heropenen, om daardoor aan de Maas een 24.000 M. korter wee te geven. Met verwijzing naar het rapport der Inspecteurs van 1861 werd verder medegedeeld, dat na de opening van de Oude Maas een volledige scheiding van de Waal en de Maas mogelijk zou zijn, waarna de overlaten te Cuijk, Linden x) en Heerenwaarden haar reden van bestaan verloren zouden hebben 2).

25 October 1876 deelde de Minister hierop mede, dat hij de opheffing der Heerenwaardensche overlaten in overweging zou nemen.

Nadat 31 October van hetzelfde jaar bij de Provinciale Staten van Noord-Brabant een adres was ingekomen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken van 's-Hertogenbosch, besloten zij in de zitting van 8 November daaropvolgende nogmaals een adres aan den Minister te zenden. In dit adres werd op ongeveer dezelfde gronden als in dat van hunne Gedeputeerde Staten aangedrongen op de scheiding van Maas en Waal.

Reeds den 12den December d.a.v. zond de Minister een Nota over de afsluiting van de Heerenwaardensche Overlaat aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, met verzoek deze nota om bericht te zenden aan de belanghebbende waterschapsbesturen, waarna hij de ontvangen beschouwingen en het advies van Gedeputeerde Staten wenschte 3).

Zonder uitzondering werd in de ingekomen rapporten de sluiting van de overlaat toegejuicht en ook de Raad der gemeente 's-Hertogenbosch en de Hoofdingenieur van den Provincialen Waterstaat spraken er zich sterk voor uit.

De rapporten werden 17 Mei 1877 aan den Minister toegezonden, terwijl Gedeputeerde Staten in hun begeleidend schrijven wezen op groote werken als de waterwegen voor Amsterdam en Rotterd am, de havenwerken te Harlingen en de werken te Vlissingen en als hun meening uitspraken, dat het ook hier een werk gold, dat der aandacht waard was en niet als ondergeschikt behoorde verschoven te worden naar een verre toekomst, waarom

x) De overlaten te Cuyk en nabij Linden vormden resp. den zoogenaamden Boven- en Benedenmond van de Beersche Maas.

*) Sprengen t Historisch Staatsrechterlijk ontstaan van Waterschappen, alsv. Deel II. N.N. bldz. 22.

a) id., Deel II. N.N. bldz. 3.

Sluiten