Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

een millioen gulden uit de Provinciale kas aan het Rijk aan te bieden in de kosten voor de tot standkoming van de scheiding van de Maas en de Waal. Evenwel verbonden de Staten aan deze bijdrage o.a. de uitdrukkelijke voorwaarde, dat de Heerenwaardsche Overlaten ten spoedigste beteugeld en zoodra mogelijk geheel afgesloten zouden worden.

De subsidie zou in tien gelijke termijnen betaald worden, naar gelang het vorderen der werken. Echter zou, zoo de algeheele afsluiting der Heerenwaardensche Overlaten niet gereed was, na 1 October 1885 de uitbetaling der subsidie niet geschieden, voordat dit werk voltooid was.

Als antwoord op het Statenbesluit deelde de Minister mede, dat het aannemen der voorwaarden, welke aan de Provinciale bijdrage verbonden waren, in de eerste plaats afhankelijk was, van de bijdrage van de onmiddellijk belanghebbenden. Deze zou zeker op niet minder dan 2.000.000 gld gesteld mogen worden. Alleen dan zou de zaak kans van slagen hebben.

Art. 2 van het oprichtingsbesluit van het Waterschap ter Bevordering der verbetering van den waterstaatstoestand in het Noord-Oostelijk gedeelte van Noord-Brabant *) vermeldde onder A: Regeling van eene door het waterschap aan het Rijk te verstrekken bijdrage in de kosten der hierna vermelde Rijkswerken, enz. (hier volgen dezelfde werken, als in den brief van den Minister van 7 Januari 1880 opgenoemd zijn).

23 April 1881 ging het bestuur van dit waterschap, daartoe gemachtigd door de vergadering van Hoofdingelanden, met den Staat der Nederlanden een overeenkomst aan, waarbij het water-, schap zich verbond tot een bijdrage van 2.000.000 gld in de kosten der werken.

Aan het verlangen van den Minister was hiermede voldaan. De Zaak kon voortgezet worden, en gelukkig geschiedde dit ook met bekwamen spoed.

26 Januari 1883 kwam de wet tot het verleggen van de uitmonding der rivier de Maas tot stand.

Deze wet is van zoodanig belang voor de provincie NoordBrabant geweest, dat zij in haar geheel vermeld dient te worden 2)j

1) Zie ook Hoofdstuk III A onder b,

s) Zie Wet van 26 Januari 1883, Staatsblad No. 4.

Sluiten