Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

„de eerstvolgende betalingstermijn ingehouden ter verzekering „aan het waterschap, dat die sluiting niet geheel of gedeeltelijk „te zijnen laste zal worden gebracht.

„Die ingehouden termijn wordt aan het Rijk uitbetaald, zoodra „de watervrije sluiting van de Beersche Maas buiten kosten van „het Waterschap verzekerd is".

Hiermede was nu de geheele zaak geregeld.

Bij de behandeling der Wet van 1883 was het plan van 1878 *) gehandhaafd. In 1884 werd dit nog eenigszins gewijzigd, zoodat de Nieuwe Maasmond niet meer geheel samenviel met het Oude Maasje, maar dit laatste snijden zou a).

En zoo is dit plan, behoudens enkele wijzigingen in de onderdeelen, tot uitvoering gebracht 3).

De nieuwe rivier begon bij Heleind, liep verder ten Noorden van Heusden westwaarts om bij Keizersveer in het Oude Maasje te vallen en volgde dit daarna tot in den Amer.

Evenals in het plan 1887 was voorgesteld, werd de breedte zoo gekozen, dat de getijbeweging zich zoo ver mogelijk naar boven zou uitstrekken. De rivier is daarvoor trechtervormig aangelegd. De toeneming der breedte is echter beneden Drongelen grooter dan daarboven, om te voorkomen, dat op de rivier boven Heusden de standen te sterk zouden dalen 4).

Aan den Nieuwen Maasmond zijn de volgende breedten en diep ten gegeven:.

bij het Heleinde breedte 164 M; diepte 1.00 M. — A.P. bij Drongelen „ 199 M; „ 2.30 M. — A.P.

bij Keizersveer „ 249 M; „ 3.30 M. — A.P. bij Dongemond „ 300 M; „ 3.40 M. — A.P.

Bovendien is voor de scheepvaart een vaargeul gebaggerd van Heleinde tot Drongelen. Deze is boven Heusden 40 M. breed en verder naar beneden 80 M., terwijl de diepte bij Heleind 2.20 M. en bij Drongelen 2.50 — NAP. bedraagt 5).

Zeker hebben de Nieuwe-Maasmondwerken grooten invloed op den waterstand van de Maas boven Heusden.

Maar de gunstige uitkomsten zijn niet alleen te danken aan

*) Zie blz. 174.

*) Handelingen Stoten Generaal 1884-1855 bijlage 104.

") E. J. v. Konijnenburg: Scheiding Maas en Waal, alsv. bldz. 30.

4) id. bldz. 30.

«) id. bldz. 31.

Sluiten