Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

nemen, welke daarna nog regelmatig is toegenomen en zich thans tot omstreeks Grave uitstrekt1). Het volgende staatje geeft deze daling duidelijk aan 2): M.R. Standen in M. + NA.P.

Plaats van « Verschillen in cM.

waarnemina- 1901-1904 1904-1905 1916-1920 tusschen:

Henl III enl

Maastricht (sluis) 41.82 41.82 41.82 0 0

Venlo 9.84 9.86 9.93 2 9

Boxmeer 7.58 7.62 7.62 4 4

Grave 6.15 6.25 6.11 10 — 4

Ravenstein 5.22 5.26 5.11 4 — 11

Megen 4.83 4.82 4.61 — 1 — 22

Oijen 4.28 4.22 3.86 — 6 — 42

Lith 354 3.43 3.00 —11 — 54

St. Andries 2.42 2.74 2.25 —18 — 67

Blauwe Sluis 2.48 2.15 1 57 —33 — 91

Hedel 2.04 159 1.17 —45 — 87

Hedikhuizen H.W. 1.92 1.42 1.20 —50 — 72

Hedikhuizen L.W. 1.76 1.10 0.68 —66 —108

Hoewel dus reeds terstond na de opening van den Nieuwen Maasmond bleek, dat de waterafvoer beneden Grave in zooverre verbeterd was, dat de hoogwaterstanden aldaar verlaagd werden, werd de Overlaat bij Beers vooreerst nog niet gedicht.

De ingelanden van dit waterschap verwachtten bij het sluiten der overeenkomst, dat de Beersche Overlaat gedicht zou worden, zoodra de Maasmond geopend zou zijn. In dit vooruitzicht werd door die menschen, waarvan velen tengevolge van de herhaalde waterrampen, onbemiddeld waren geworden, 2.000.000 gulden voor den Staat bijeengebracht. Maar hun hoop is ijdel gebleken, want, nadat in 1904 de Nieuwe Maasmond geopend was, weigerde de Regeering de vergunning tot het dichten van de Beersche Maas te geven8).

*) Verslag Commissie Water vrije ophooging Beersche Overlaat, alsv. bldz. 8.

*) Opgemaakt door den Hoofdingenieur-Directeur van den Algemeenen Dienst van den Rijkswaterstaat. Ir. W. P. Stoel: Opgenomen in Verslag Watervrije ophooging Beerschen Overlaat, bldz. 7 en 8.

a) Handelingen der Vergaderingen Tweede Kamer Staten-Generaal. Avondvergadering 16 November 1920 (Interpellatie Dr. L. Deckers en Jhr. Mr. van Sasse van IJsselt. bldz. 48, 2de kolom).

Sluiten