Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93

door hem ingestelde Commissie, en 27 October 1919 ontving de Commissie voor de Zomersluiting van den Hoofd-Ingenieur namens den Minister de mededeeling, dat de gevraagde vergunning verleend zou worden, zoodra het terrein der Beersche Maas tot winterbed verklaard zou zijn. Echter bestond er geen bezwaar met de werken een aanvang te maken voor de vergunning formeel verleend zou zijn. Tegelijkertijd ontving de commissie de voorwaarden waaronder de vergunning verleend zou worden. Reeds 30 Oct. 1919 werd aan den Hoofdingenieur-Directeur bericht gezonden, dat deze aanvaard werden, en bij beschikking van den Minister van Waterstaat van 21 November daaraanvolgende werd de definitieve vergunning verleend.

Het bestuur van den Polder van Linden protesteerde bij de Commissie voor de Zomersluiting tegen het maken van eenige ophooging in de traverse. Uit een onderzoek, namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant ingesteld, bleek, dat ruim 200 M. van den Maasdijk van den Polder van Linden beneden het peil van 10.79 M. + N.A.P. te Grave lagen, zoodat bij ophooging van de overlaat tot 10.80 M. + N.A.P. de polder moest overstroomen 2).

Het Waterschap „De Groot-Lindensche Sluis" wendde zich 10 Dec. 1919 met een uitvoerig betoog tot den Minister van Waterstaat. Hierin werden de bezwaren uiteengezet, die men had tegen het aanleggen der kade. Het voornaamste bezwaar was, dat de dijken niet berekend waren op de hooge waterstanden, welke het gevolg der kade zouden zijn. Ook meende men, dat van een eventueel opruimen der kade, zoodra de Maas bij Venlo een stand van 16 M. + N.A.P. zou bereiken, niet veel terecht zou komen, daar het water in ongeveer 9 uren van Venlo voor de kade is. Bij het opruimen der kade zouden de waterleidingen bedorven worden door het materiaal, waaruit de kade bestond, en dat daarin afgezet zou worden.

De Commissie voor de Zaken der Zomersluiting was niet dadelijk, nadat zij de vergunning had, begonnen met het leggen der kade, maar heeft het laatste oogenblik afgewacht. Toen de Maas einde December begon te wassen, begon men,en,daar de nood drong, werd er zelfs op de beide Kerstdagen uit alle macht gewerkt.

*) Dit waren de voorwaarden op bldz. 92 vermeld.

2) J. v. d. Mortel: Een en ander over de Beersche Maas, alsv. bldz. 34.

Sluiten