Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

en bereikte zelfs standen, belangrijk hooger dan in 1880 en 1920,

zooals uit het volgende staatje blijken kan: Hoogste waterstanden in M. + NA.P.1)

1880 1920 1926*)

Maastricht 46.71 46.60 46.92

Maeseijck 29.87 29.67 29.96

Roermond 20.75 20.60 2155

Venlo 18.01 18.00 18.80

Boxmeer 13.85 13.86 14.22

Cuijk 12.17 12.77 —.—

Mook 11.84 12.27 12.40

Grave 11.21 11.17 11.03

Ravenstein 10.01 9.85 9.78

Lith 8.17 7.34 7.75

St. Andries 7.76 6.70 7.24

Blauwe Sluis 6.93 6.16 6.48

Bovenstaande cijfers wijzen op buitengewone omstandigheden tusschen Maastricht en Venlo. In Maastricht toch was de waterstand in 1880 hooger dan in 1920 en in Venlo beide jaren gelijk.

In 1926 was de stand te Maastricht 32c.M. hooger dan in 1920, in Venlo 80 c.M. Bovendien wijzen de cijfers voor Maeseijck en Roermond op een buitengewone stijging bij Roermond.

In het Verslag over het voorgevallene tijdens het hooge opperwater in den winter 1925-26 wordt in verband hiermede gewezen op de Maaskanalisatiewerken en op het feit, dat bij Linne de afstrooming van het water zooveel sneller was, dat de waterstand aldaar beneden dien van 1920 bleef.

En op deze omstandigheid èn op de doorbraken bij Ooi en Heel vestigde men de aandacht om de groote stijging bij Roermond te verklaren 3). Zeer wel mogelijk heeft echter ook de water aanvoer der Roer een niet onbelangrijke rol gespeeld.

Tijdens het hooge water van 1920 had men te Cuijk reeds op verschillende plaatsen de dijken moeten opkisten om overloopen te voorkomen. Hoeveel te meer was dat in 1926 noodig. Men wist den toestand meester te blijven, totdat plotseling geheel onverwacht in een gedeelte van den dijk aldaar, dat hoog genoeg

l) Verslag hooge opperwater 1925-1926 alsv. bldz. 80. s) Vergelijk ook bldz. 113.

*) Verslag hooge opperwater 1925-1926, alsv. bldz. 24.

Sluiten