Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

Door den Hoofdingenieur van den Waterstaat en ook door den President van het polderbestuur van het Boschveld en May, Mr. F. Baron van Rijckevorsel van Kessel, werden deze bezwaren afdoende wederlegd1).

Terwijl de eerste tot de conclusie kwam, dat de waterstanden op het Oude Maasje te Waspik door het kanaal niet meer dan 12 cM. zouden stijgen 2), berekende de laatste een stijging van 10 cM. 8) in tegenstelling met de mededeeling in een adres der Besturen van de Polders, dat de waterstand op het Oude Maasje 73 cM. verhoogd zou worden 4).

Bovendien wees De Geus in zijn rapport er op, dat, wanneer in weerwil van zooveel gegronde verwachtingen, de zaak nog mocht tegenvallen, volgens de bepaling aan het slot van het verslag van 1840, de noodige voorzieningen getroffen zouden kunnen worden s):

„Ingeval blijken mocht, dat het eventuëele kanaal op het ge,,melde Maasje zoodanigen invloed mocht hebben, dat de uitwateringen op hetzelve daardoor benadeeld werden, dan zal „voor rekening van de belanghebbenden in het kanaal, zoodanige „verruiming van die rivier plaats hebben, als ter voorkoming „van de bedoelde nadeelen noodig zal bevonden worden."

De Geus meende echter, dat zulks niet noodig zou blijken, aangezien door de vermeerdering van den waterafvoer wel zooveel uitschuring zou plaats hebben, dat zelfs de verhooging van 12 cM. van den stand van het Oude Maasje van lieverlede zou verdwijnen 6).

De aanleg van het kanaal liet echter op zich wachten, ondanks het bericht van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 29 November 1847 en de gunstige rapporten van den Hoofdingenieur.

1) A. de Geus: Berigt en Consideratiën, alsv.

F. G. J. van Rijckevorsel: Bijdrage tot een nadere kennis van de gebrekkige waterlossing en het ontworpen kanaal van uitwatering der Boven Maaspolders en van de Landen en omstreken van 's-Hertogenbosch. 's-Hertogenbosch 1848.

2) A. de Geus: Berigt en Consideratiën alsv. bldz. 18. *) Van Rijckevorsel, als boven. bldz. 58 en 59.

4) A. de Geus: Berigt en Considertatiën, alsv. Bijlage I, bldz. 9. ') id. Bijlage I. bladz. 19. •) id. bldz. 18.

Sluiten