Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

Bij besluit van den Commissaris des Konings van 26 November 1866 werd het bestuur der Algemeene Omkading vergund, de kade tusschen Bokhoven en de Dieze te brengen op 6.25 M. + A.P.

De bezwaren der overlaten en de nadeelen der herhaalde overstroomingen gaven aanleiding tot tal van adressen van belanghebbenden. In de vergadering van 5 Juli 1867 besloten daarom de Provinciale Staten van Noord-Brabant, 1000 gulden uit te trekken tot het instellen van een onderzoek naar de kosten van het benutten van het Maaswater voor besproeiing en het verkrijgen eener voldoende afwatering voor de gronden om's-Hertogenbosch, gepaard met een definitieve sluiting van de Beersche en Baardwijksche overlaten1).

In 1868 zonden een zestal besturen van waterschappen, om 's-Hertogenbosch gelegen, een adres aan den Minister van Binnenlandsche Zaken, om, nu na de groote verbeteringen aan de Maas aangebracht en de sluiting van het kanaal St. Andries, het nut der Beersche en Baardwijksche overlaten twijfelachtig scheen, een onderzoek daarnaar te willen doen instellen. Tevens vroegen zij of, voor het geval, dat blijken zou, dat die overlaten niet meer noodig waren, niet het tijdstip aangebroken was, om het verbod tot het maken van bedijkingen in de traverse op te heffen 2).

Nog hetzelfde jaar noodigde de Minister den Hoofd-ingenieur van den Waterstaat in het zesde district uit, het onderzoek omtrent de opheffing van de Beersche en Baardwijksche Overlaten zooveel mogelijk voor te bereiden en dienaangaande de noodige voorstellen te doen 2).

Het gevolg hiervan was, dat 30 Juni 1869 door den Hoofdingenieur Rose een uitvoerige memorie van den ingenieur Leemans aan Gedeputeerde Staten werd gezonden 4). Hierin werd grondig aangetoond, dat de Bokhovensche Overlaat van zoo goed als geen waarde was voor de ontlasting der Maas, 6) en verder werd een plan aangegeven om de streek ten Westen van de Dieze en de Dommel watervrij te bedijken en de Ley gedeeltelijk te bekaden. In tijden, dat de afwatering op de Dieze onmogelijk zou zijn,

*) Geschreven Notulen Prov. Staten van N.-Br. Zomerverg. 1867. Zitting van 5 Juli No. 8, bldz. 220. 2) Leemans: Sluiting der Overlaten, alsv. bldz. 3. ") id. bldz. 3. 4) id. bldz. 1. ») id. bldz. 5-11.

Sluiten