Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129

te worden en wat de belanghebbenden, die thans ernstiger aan de Zaak schenen te gaan denken, wilden bijdragen.

In 1879 richtten de besturen van het waterschap van Empel en Meerwijk, van de polders Van der Bigen en van de Algemeene Omkading zich tot den Koning om van regeeringswege een voorziening te verkrijgen in het voortdurend waterbezwaar, terwijl ze als bijdrage in de daarvoor noodige kosten aanboden: resp. 100.000.—, 250.000.— en 100.000 gulden.

Bij schrijven van 7 Januari 1880 deed de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid hiervan mededeeling aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, waarbij hij wees op de groote beteekenis van de scheiding van Maas en Waal en de heropening van het Oude Maasje, ten opzichte van een afdoende verbetering in den waterstaatstoestand van N.O. Noord-Brabant en de omstreken van 's-Hertogenbosch.

Hij riep de medewerking van Gedeputeerde Staten in om te komen tot een samenwerking tusschen Rijk, Provincie en belanghebbenden, die noodig zou zijn voor de te ondernemen werken:

1. heropening van het Oude Maasje;

2. achtereenvolgende opheffing der overlaten;

3. voorziening in de uitwatering der landen: a. langs het Oude Maasje;

6. van de lage polders, op de Donge uitwaterende;

c. gelegen in het inundatiegebied van de Dommel en de Aa, bij 's-Hertogenbosch.

Naar aanleiding van het schrijven van den Minister richtten Gedeputeerde Staten zich reeds 29 Januari daaraanvolgende tot de Provinciale Staten, terwijl zij voorstelden den Minister een bijdrage uit de Provinciale kas groot 1.000.000.— gulden aan te bieden. Gedeputeerde Staten gaven als hun meening te kennen, dat met grond aangenomen mocht worden, dat de waterstaatstoestand van N.O. Noord-Brabant door de door den Minister aangegeven werken voldoende verbeterd zou worden.

Dit is zeker ook de reden, waarom zij in de voorwaarden, welke zij aan hun bijdrage verbinden wilden, in het geheel niet meer spraken van een kanaal van Grave naar den Amer, ja zelfs de verbetering van de afwatering van den Maaskant ten Oosten van 's-Hertogenbosch niet aanroerden.

Maar wat Gedeputeerde Staten onder „voldoende verbeterd"

Sluiten