Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136

meer met het Dommelwater bezwaard zou worden. De Aa zou dan wel iets beter kunnen afwateren1).

Bij het met de Provincie Noord-Brabant in October 1877 gepleegde overleg bleek, dat er bij de polders ten Westen der Dieze bezwaren tegen dat kanaal bestonden, omdat men voor winterbemesting een volledige inundatie met versch Maaswater wilde behouden en men bovendien verhooging van de standen der Hedikhuizensche Maas vreesde. Ook tegen de ontwerpen, die men daarna vervaardigde voor kanalen van Crèvecoeur naar Hedikhuizen en van Engelen naar Doeveren, rezen zoovele bezwaren, dat men er van afzag. Nadat in gemeenschappelijk overleg tusschen Rijk en Provincie een nieuw onderzoek was ingesteld, werd een nieuw ontwerp gemaakt, dat van het kanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen 2). Dit kanaal zou het water van de Dommel via een overlaat ontvangen, onder de Zestig-Elsche brug bij 's-Hertogenbosch door. Deze overlaat werd ontworpen op 2.06 M. + N.A.P., het zomerpeil van de Dieze, en zou horizontaal liggen over een lengte van 80 M. Voorbij de overlaat zou de kanaalbodem snel dalen tot 036 M. + NA.P., om daarna geleidelijk tot 0.50 M. — N.A.P. aan den benedenmond af te loopen. De kanaalbodem zou 18 M. breed worden. De dijken van dit kanaal zouden boven de Baardwijksche Overlaat een hoogte van 6.35 M. + NA.P. krijgen, daarbeneden een van 5.40 M. + NA.P. De afmetingen van het dwarsprofiel werden geprojecteerd voor een stroomsnelheid van niet grooter dan 0.60 M. per sec.

Dit ontwerp is ook uitgevoerd. De eerste werken voor het kanaal werden in 1905 aanbesteed, en het geheele werk was in 1911 voltooid. Toen einde December 1911 de Dommel een stand boven 2.06 M. + NA.P. bereikte, deed het kanaal voor het eerst dienst 8). De kosten hebben 1.808.000,— gld. bedragen 4).

Gelijktijdig met dit kanaal kwam de afsluiting van de Dieze, door een dam en sluizen, beneden de spoorweghaven van 's-Hertogenbosch, tot stand. Behalve een schutsluis maakte men er ook een keersluis.

x) M. Bongaerts: Scheiding Maas en Waal, alsv, bldz. 268.

*) id. bldz. 270.

8) Voorloopig Rapport Bongaerts omtrent de Dommel, alsv. bldz. 131.

«) id. bldz. 132.

Sluiten