Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138

kundig ontwikkelde personen, en het inwinnen van deskundig advies nagelaten heeft. Ook hier werd, evenals bij vele andere waterstaatsvraagstukken de landbouwkundige kant onvoldoende bekeken 1

Ook van waterstaatkundig standpunt beschouwd, is het Drongelensche kanaal thans zeker onvoldoende, nu de besturen der waterschappen van de Aa en de Dommel zich opmaken om het overtollig water dezer rivieren daarheen te leiden. Noodzakelijk zal daarom de capaciteit van het kanaal moeten worden verruimd, wil men voorkomen, dat de omstreken van 's-Hertogenbosch in het vervolg weder voortdurend onder water staan.

Zooals reeds bij de behandeling van de rivier de Maas is medegedeeld, is door de Provinciale Staten van Noord-Brabant het waterschap „De Maaskant" opgericht1). De eerste aanleiding hiertoe was een verzoek van de commissie inzake de Zomersluiting der Beersche Maas. Deze commissie toch kon niet overgaan tot het heffen van polder lasten, het uitvoeren van werken, enz., daar Zij elke publiekrechterlijke bevoegdheid miste. Daarom vond Zij het wenschelijk, dat een waterschap werd opgericht, dat de werken zou kunnen uitvoeren, noodig om de gronden binnen haar gebied gelegen te vrijwaren tegen de herhaalde overstroomingen door het Beersche Maaswater en het regen- en kwelwater 2). Gedeputeerde Staten achtten de oprichting van een waterschap bovendien gewenscht, omdat het Rijk, dat bij de Beersche Maaswerken betrokken zou zijn, alleen kon onderhandelen met een bij de wet gefundeerde instelling ).

In het plan voor de oprichting van dit Waterschap, opgemaakt door den Hoofdingenieur van den Provincialen Waterstaat, werd zeer terecht een ruime begrenzing voorgesteld. Het was toch zijn bedoeling, dat het waterschap niet alleen voor de beteugeling van de Beersche Maas, maar tevens voor de afwatering van N.-Oostelijk N.-Brabant zou te zorgen hebben, voor zoover hiervoor geen andere waterschappen aangewezen waren.

Veel bezwaren werden tegen het plan ingebracht, maar geen dezer bleek van zoodanig belang, dat het wijziging der plannen

!) Zie bldz. 99.

») Notulen Prov. Staten van N.-Br., alsv. Najaarszitting 1920. Bijlage 19 I, bldz. 9 en 10. ■ *) id. Bijlage 19 I, bldz. 8.

Sluiten