Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

In de najaarszitting van de Provinciale Staten van 1925 is het Bijzonder Reglement herzien, omdat de Minister van Waterstaat de aandacht van Gedeputeerde Staten er op gevestigd had, dat in het reglement van 24 Juli 1924 eenige omissies en tegenstrijdigheden voorkwamen. In dat reglement toch waren slechts enkele bepalingen van het Algemeen Waterschapsreglement voor Noord-Brabant van 1904 toepasselijk verklaard. Daarom werd het nu belangrijk uitgebreid, en werden ongeveer alle bepalingen van het Algemeen Waterschapsreglement er in opgenomen1). De Koninklijke goedkeuring kon dit reglement echter niet erlangen, omdat de gemeenten daarin aangeslagen waren in de polderlasten (Notulen Zomerzitting 1926, bldz. 70). 16 Juni 1926 boden Gedeputeerde Staten aan de Provinciale Staten een ontwerpbesluit aan tot wijziging van het oprichtingsbesluit van het waterschap „De Maaskant" 2).

Tengevolge van de groote overstrooming in den winter 19251926 wilden Gedeputeerde Staten zoo spoedig mogelijk tot verhooging en verzwaring van de Maasdijken komen 8). Zij stelden aan de Staten voor die werken te doen uitvoeren door den Provincialen Waterstaat, Om verzekerd te zijn van de terugbetaling van de kosten, voor zoover deze ten laste der betrokken streek Zouden komen, zoomede voor een goed onderhoud en beheer van die dijken, achtten Gedeputeerde Staten het noodig een waterschap daarmede te belasten. Daarom werd voorgesteld dien last aan het waterschap „de Maaskant" op te dragen en omdat ook nog andere gebieden dan die, waarvoor het werd opgericht, van de versterking en ophooging der Maasdijken zouden profiteeren, stelden zij mede voor ook die gebieden onder dat waterschap te brengen.

Bij Statenbesluit van 29 Juli 1926 kwam deze wijziging tot stand in het oprichtingsbesluit van het waterschap „De Maaskant". Dit omvat nu alle gronden in Noord-Brabant ten Oosten van de Dieze en van het waterschap „het Stroomgebied van de Aa". Ook de buitendijksche gronden en de hooge gronden in het Oosten der Provincie zijn er in ondergebracht.

Er is daarbij bepaald, dat het waterschap het beheer en onder-

1) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Najaarszitting 1125, bldz. 129 e.v.

2) id. Zomerzitting 1926, bijlage 4, bldz. 1. s) Zie ook bldz. 112 e.v.

Sluiten