Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

de Dieze door hooge standen op de Maas belemmerd was, de waterstand te 's-Hertogenbosch nog hooger en de loozing van de Dommel nog meer bemoeilijkt.

Kort na de opening van de Zuid-Willemsvaart brak de Belgische opstand uit en werd er aan verbetering van de Dommel niet meer gedacht.

Klachten over de groote schade, welke de oevereigenaren ondervonden, hadden reeds spoedig na de vrijwording van ons land, de aandacht van het Provinciaal bestuur gevestigd op het hoog opstuwen van het water door de watermolens1). Dit had tot gevolg, dat Gedeputeerde Staten 21 Augustus 1818 een publicatie uitvaardigden, welke verordeningen inhield tegen het opschutten en verhoogen van de waterstanden op de Dommel en de Aa 2).

In dit besluit stond, dat de nadeelen grootendeels, zoo niet uitsluitend, daaraan zijn toe te schrijven, dat de voorheen op publiek gezag vastgestelde pegels niet meer aanwezig zijn of op andere plaatsen eigendunkelijk zijn veranderd, dat de schut- of sluisdeuren zoo mede de keerdammen of ringkaden in den loop der tijden ongemerkt zijn verhoogd en dat bij de meeste watermolens de voorheen voorgeschreven of gemaakte overslagen of overlaten niet meer bestaan of langzamerhand opgehoogd of vernauwd zijn.

In art. 1 stond, dat de peilshoogten opgenomen zouden worden door een of meer deskundigen ten overstaan van een lid van Gedeputeerde Staten, en vervolgens door Gedeputeerde Staten vastgesteld zouden worden. Art. 9 bepaalde, dat de opzetsels der sluis- of schutdeuren van primo Maart tot primo October onder toezicht van het plaatselijk bestuur in bewaring gesteld zouden worden.

Dit was evenwel slechts een besluit van Gedeputeerde Staten, terwijl art. 192 van de grondwet van 1814 8) het toezicht over de wateren aan de Provinciale Staten opdroeg. En dit schijnt bij de uitvoering der bepalingen van de publicatie aanleiding tot moeilijkheden gegeven te hebben *).

!) Schrijven van Ged. St. aan de Prov. St. van 28 Oct. 1856 G, No. 87. Not. Najaarszitting Prov. Staten 1856, bijlage No. 2. bldz. 21. 2) Prov. blad van Noord-Brabant 1818, No. 85. s) Art. 192 Grondwet 1814.

«) Notulen Prov. St. v. N.-Br. alsv. Najaarszitting 1856 Bijlage 2. bldz. 21.

Sluiten