Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

1856 nog ernstige klachten geuit over de schade, welke langs de Dommel en haar zijrivieren ondervonden werd van het Belgische be vloeiingswater 1).

Het rapport van de hetzelfde jaar benoemde Hollandsen-Belgische Commissie was toen nog niet uitgebracht, waarom de Minister van Binnenlandsche Zaken antwoordde, dat men dit diende af te wachten 2).

In de Statenvergadering van 6 Juli 1858 kwam in behandeling een schrijven van den Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat met een aantal bijlagen over de Dommel en de Aa.

Deze-raamde de verbetering van de Dommel volgens het ontwerpDe Geus van 1848 op ruim 96.000,— gulden 8).

Tot een voorstel van Ged. St. kwam het nog niet en de zaak bleef rusten tot 1861. Toen werden door de gemeenteraden van Esch en Boxtel en door eenige belanghebbenden adressen aan de Provinciale Staten gezonden over den slechten waterafvoer van de Dommel 4). In de Statenvergadering van 8 November daaraanvolgende werd besloten, daar niet reeds terstond een besluit genomen kon worden over de verbetering dezer rivier, ook met het oog op de onderhandelingen met België over het Maastractaat, Gedeputeerde Staten uit te noodigen s):

„a. een onderzoek in te stellen naar de wezenlijke oorzaken „van het kwaad en naar de middelen, die naar hun oordeel in „het werk gesteld zouden moeten worden, om in het vervolg het „kwaad te stuiten en uit den weg te ruimen;

„6. met de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van „Oorlog in overleg te treden, ten einde de daartoe noodige „middelen te beramen;

„c. in de eerstvolgende zomervergadering van hun bevinding „en handelingen aan de Staten verslag te doen, ten einde deze „met volledige kennis van zaken een besluit kunnen nemen."

Gevolg gevende aan deze opdracht,wendden Ged. Staten zich tot den Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat en tot de Ministers.

l) P. Regout: De Maas, de Zuid-Willemsvaart en de Wateraftap pingen bldz. 40. *) id.

s) Notulen Prov. Staten v. N.-Br., alsv. Zomervergadering 1858. bldz. 84.

4) id. Najaarsvergadering 1861. bldz. 43. 6) id. bldz. 160.

Sluiten