Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

153

Reeds 23 November 1861 antwoordde de Minister van Binnenlandsche Zaken, dat er van het Ministerie van Oorlog geen bijdrage te verwachten was in de kosten van de verbeteringswerken der rivier de Dommel bij 's-Hertogenbosch1). Tegen het uitvoeren van die werken zou echter geen bezwaar gemaakt worden, indien deze geschiedden in overleg met de Genie en er geen nadeel aan de vestingwerken toegebracht zou worden. Verder gaf hij te kennen, dat hij, zooals reeds in 1853 was bericht a), het verkenen van een Rijksbijdrage wilde bevorderen, onder voorwaarde, dat de Provincie zich de algeheele verbetering van de Dommel en de zijriviertjes zou aantrekken. En reeds terstond wilde hij 500,— gld. beschikbaar stellen ter bestrijding van de kosten van de opmetingen, die noodig zouden zijn ter voorbereiding van een verbeteringsplan. De Minister sprak het vertrouwen uit, dat tevens de oprichting van een waterschap voorbereid zou worden 8).

28 Februari 1862 bracht de Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat zijn advies uit aan den Minister van Binnenlandsche Zaken*). Hij deelde daarin mede, dat de Dommel werkelijk in zeer gebrekkigen toestand verkeerde en dat noodzakelijk afdoende maatregelen ter verbetering genomen moesten worden 6).

Hiertoe gaf hij de volgende middelen aan:

„a. Vereeniging van de vestinggracht met de rivier de Dieze „aan het Noord-Westelijk einde van de vesting 's-Hertogen,,bosch, hetzij door een eenvoudige doorgraving, hetzij door het „bouwen eener zeer ruime sluis;

,,b. de doorsnijding der singelkaden bij het bastion Vught, „ter vereeniging van een tak van de Dommel met de hoofdgracht „der vesting 's-Hertogenbosch;

„c. de uitbaggering van de vestinggrachten, alsmede van den „tweeden boog aan den grooten Hekel6)."

Voorts stelde de Hoofdingenieur voor, de-Dommel tusschen Boxtel en 's-Hertogenbosch te verbeteren door afsnijding van scherpe hoeken, verbreeding en verdieping en door verwijding

l) Notufen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Zomerzitting 1862, bldz. 100.

') Zie ook bldz. 149.

3) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Zomerzitting 1862, bldz. 101.

*) id. bldz. 98.

») id. bldz. 99.

•) id. bldz. 99.

Sluiten