Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

183

C. alle overige gronden.

Tot A behooren dan alle gronden, zonder zichtbare afwatering, die voor hun ontwatering geen greppels, slooten of waterlei dingen noodig hebben.

In deze klasse nog eenige verdeeling naar het grondgebruik te maken is onnoodig, daar alle gronden, die er toe behooren, vrijgesteld behooren te zijn van het betalen van waterschapslasten. Dus ook ontginningen, bosschen en woeste gronden, die onder A. gerekend moeten worden, dienen vrijgesteld te zijn1).

Voor klasse B. zou men een onderverdeeling naar het grondgebruik en de grondwaarde dienen te maken, daar het eene perceel veel meer belang bij een goede afwatering heeft dan het andere.

Voor klasse C, waartoe de gronden behooren, die voor de verbetering der rivieren aan overstrooming bloot staan, of die door de slechte afwatering dras zijn, moet de waarde voor en na de verbetering nauwkeurig vastgesteld worden. Uit de waardestijging, als gevolg der verbetering, moet de aanslag berekend worden.

Het is niet te ontkennen, dat een regeling als hierboven voorgesteld, heel wat werk met zich Zal brengen. Maar op deze manier Zal een strikt rechtvaardige oplossing te verkrijgen zijn, en deze zal op geen enkele wijze in een zoo uitgebreid stroomgebied met zoo geheel verschillende omstandigheden gemakkelijk verkregen worden.

Het voorloopige bestuur van het waterschap de Dommel, dat door Gedeputeerde Staten benoemd was, zag blijkbaar geen kans gereed te komen met het opmaken van de bij het nieuwe reglement vastgestelde klassificatie. Immers bij schrijven van 26 April 1922 stelde het een wijziging van het reglement voor, in dien zin, dat, in plaats van de vastgestelde wijze van omslag der lasten, deze laatste geheven zouden worden, naar de kadastrale belastbare opbrengst der perceelen en dan alleen van de ongebouwde eigendommen.

Het gevolg hiervan was, dat in de Statenzitting van 27 Juli 1922 besloten werd, in het reglement een art. 1466is in te lasschen, luidende als volgt:

,,In afwijking van hetgeen daaromtrent in dit Hoofdstuk is „bepaald, zullen tot 1 Januari 1925, de lasten uitsluitend ge-

*) Zie ook bldz. 190 e.v.

Sluiten