Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

201

Kleine Dommel. Tongelreep en Gender beter ontwaterd worden. Al rekent men de oppervlakte hiervan op 1000 H.A., dan nog is de landbouwkundige beteekenis der afleiding onvoldoende, zelfs al zou het geheele gebied tot Boxtel er vrij door worden van overstroomingen. Evenwel mag niet vergeten worden, dat de toestand in vele gedeelten van het stroomgebied niet in orde Zal zijn, zoolang er geen belangrijke wijzigingen aan de watermolens hebben plaats gehad. De winterpeilen zijn — van landbouwkundig standpunt bezien — bijna overal veel te hoog, zoodat een verbeterde afvoer slechts gedeeltelijk kan helpen, en zeker het dras worden van vele perceelen niet zal kunnen voorkomen. Hierover wordt in geen van beide rapporten gesproken. In het Voorloopig Rapport is alleen sprake van verbetering van afleidingen bij de molens1), terwijl in het Nadere Rapport zelfs medegedeeld wordt, dat een doorgaande prof iels verruiming van de bedding der riviertjes en de daarin gelegen kunstwerken over het belangrijkste deel van hun loop ontgaan wordt door het maken der zijdelingsche afleidingen 2). De kosten noodzakelijk voor de verlaging der molenpeilen zijn ook niet geraamd.

Economischer zou het zijn de verbetering van de Dommel van beneden af aan te pakken. Door een beteren waterafvoer nabij 's Hertogenbosch worden de beste gronden van het geheele stroomgebied geholpen, n.1. die, welke in het Bossche veld gelegen zijn en verder zullen ook de gronden langs de Dommel zeker tot den Boxtelschen watermolen, en die langs het benedengedeelte van den Essche-Stroom en van het Smalwater er voordeel van ondervinden. En ook deze gronden zijn van goede kwaliteit en zoo goed als geheel in cultuur.

Het Voorloopig Bestuur van het waterschap de Dommel scheen zich vereenigd te hebben met de plannen in het Nader Rapport neergelegd. Het heeft deze n.1. 16 April 1923 aan de Regeering voorgelegd en een Rijksbijdrage van 2/3 in de te maken kosten aangevraagd. Voor het maken van de afleiding bij Eindhoven (die thans is berekend op een afvoer van 15 M3. per sec, zeker naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek van den Rijkswaterstaat), vroeg dit bestuur 16 Januari 1924 een Rijkssubsidie

1) Voorloopig Rapport Bongaerts omtrent de Dommel, alsv. bldz. 172. 3) Nader Rapport Bongaerts omtrent Dommel en Aa, alsv. bldz. 91.

Sluiten