Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

205

sehade wordt niet in de eerste plaats veroorzaakt door de overstroomingen in den winter, maar juist door de hooge zomers tanden, zooals ook blijkt uit het onderzoek van het overstroomingsgebied van de Dommel (zie bldz. 200).

Reeds vele eeuwen zijn herhaaldelijk klachten gerezen over de te hooge waterstanden in den zomer, veroorzaakt door het te hoog opstuwen van het water der Dommel en haar zijriviertjes bij de watermolens. Zeer waarschijnlijk is sedert het oprichten der molens veel aan de riviertjes veranderd. Deze hebben heel wat meer water af te voeren gekregen en zij zijn in veel slechteren toestand geraakt. Door de stuwen is de stroomsnelheid en daarmede de uitschuring der bedding plaatselijk niet onbelangrijk verminderd.

Het is zeer wel mogelijk, dat vroeger bij de vergunning tot het plaatsen van een molen niet terstond het peil is vastgesteld. Vele molens toch dateeren uit een tijd, waar in de landbouwers nog weinig eischen aan hun gronden stelden. Bovendien konden zij ook vaak niets verlangen van den stichter van den molen, daar deze heerlijke rechten op het gebruik van het water bezat.

Reeds vroeg schijnt het openbare gezag begrepen te hebben, dat het kon ingrijpen en de peilshoogten kon vaststellen x).

In de ordonnantie, door Karei V 10 April 1855 te Brussel gegeven, werden de pegels der watermolens op de Dommel en de Aa geregeld en bepaald, „bij maniere van provisie ende totter „tijdt toe, dat anders zal zijn geordineert *)."

Uit deze ordonnantie blijkt niet, dat met vroeger verleende vergunningen rekening was gehouden bij het vaststellen der pegels. Het doel was alleen de oevereigenaren te beschermen.

Herhaalde malen daarna schijnt de toestand weder slecht geweest te zijn en schijnen de molenaars zich niet aan de peilen gehouden te hebben. In plakkaten van de jaren 1628 *), 1634,

1) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Najaarszitting 1856. G. 87. bldz. 16. *) id. bldz. 16.

») Plakkaat van 10 Juli 1628 Art. 15 luidt:

„Aaengaende dieghene die bevonden zullen worden die stroomen, rivieren, beken en de wateren, met arcken of tandersints gesteijght oft opgehouwen te hebben boven de ordinarisse peghelen oft waterplaeten, zullen verbeuren van elcke twee duijmen waters zes rins guldens."

Sluiten