Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

206

1646 en 1653 werden telkens strafbepalingen uitgevaardigd tegen het overschrijden der pegels.

Ook schijnt het voorgekomen te zijn, dat de peilen verdwenen waren. Immers in het plakkaat van 1634 bepaalden de StatenGeneraal der Vereenigde Nederlanden, dat, waar geen pegels waren, deze gesteld zouden worden door den Raad en Rentmeesters der Domeinen in de Meijerij van 's-Hertogenbosch en de Leen- en Tolkamer. Verschillende peilen zijn op deze wijze in de 18de eeuw geregeld, terwijl de molens al eeuwen bestonden1).

In later tijden is het regelen der peilen ook steeds als een zaak der overheid beschouwd: de instructie van het Comité der Domeinen en Financiën van Bataafsch Braband, vastgesteld 20 April 1796, bevatte hiervoor een artikel2) en bij de invoering der Fransche wetgeving bleef het Gewestelijk Bestuur bevoegd tot het regelen der pegels, volgens art. 16 van de hier executoir verklaarde wet van 6 October 1791 3).

In de Grondwet van 1848 voor het Koninkrijk der Nederlanden werd aan de Provinciale Staten het toezicht over de wateren, bruggen en wegen binnen hun provincie opgedragen 4).

Ofschoon nergens eenig wetsartikel hun de macht gaf de peilen te wijzigen, meenden de Provinciale Staten van N.-Br. daartoe de bevoegdheid te hebben en 11 November 1856 stelden zij een reglement vast, houdende voorzieningen ter voorkoming van overstrooming op de rivieren de Dommel en de Aa en de daarin stroomende rivieren, beken en waterleidingen. Art. 1 van dit reglement luidde: „De peilshoogte, waarop het water aan de water„molens op de Dommel en de Aa en op de daarin stroomende ri,,vieren, beken en waterleidingen mag worden geschut, wordt „bepaald door Gedeputeerde Staten, na verhoor van den Hoofd-

*j Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Najaarszitting 1856, G. 87. bldz. 17 en 18.

2) Art. 26 der instructie luidt: De pegels aan de watermolens zullen wanneer zulks noodig geoordeeld wordt, gesteld worden in presentie van den Ontvanger-Generaal en Rentmeester der Domeinen, ten overstaan van twee leden en den secretaris van dit Commité.

8) Art. 16 luidt: Les propriétaires ou fermiers des moulins construits ou a construire, seront forcés de tenir les eaux a une hauteur, qui ne nuisse a personne, et qui sera fixé par le Directoire du Département, d'après 1'avis du Directoire du District.

«) Art. 192. Grondwet 1848.

Sluiten