Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

207

„ingenieur van den WaterstaatVerder werd in art. 8 van dit reglement aan Gedeputeerde Staten opgedragen onverwijld te onderzoeken, waar een nadere regeling der pegels noodig was, en te zorgen, dat, waar het overwegend belang der oevereigenaren dit vorderde, over werd gegaan tot het regelen der pegels en het doen veranderen van den molen of van de daartoe behoorende water- of kunstwerken. De veranderingen zouden ten koste van den eigenaar van den molen komen 2).

18 November 1889 is een nieuw Provinciaal reglement, houdende regeling der peilshoogten aan de watermolens,tot stand gekomen3). Dit reglement bevatte in art. 1 en 8 dezelfde bepalingen als het reglement van 11 November 1856.

Deze reglementen gaven dus alle bevoegdheid aan Gedeputeerde Staten, Het moet daarom wel verwondering wekken, dat de klachten over het hoog opstuwen van het water nabij de watermolens op vele plaatsen bleven aanhouden. Gedeputeerde Staten toch konden regelend optreden, maar schijnen van hun bevoegdheid onvoldoende gebruik gemaakt te hebben.

Het reglement van 1889 is vervallen verklaard bij het in werking treden van het Reglement op de Waterleidingen in de provincie Noord-Brabant op 1 Januari 1907.

Dit laatste bevat in art. 49 een verbod om het water in de waterleidingen op te stuwen of opgestuwd te houden, anders dan tijdens de daarvoor toegestane tijdstippen, en tot de daarvoor vastgestelde hoogte. In art. 51 krijgen de waterschaps- en gemeentebesturen de bevoegdheid een verordening of keur vast te stellen voor de onder hun toezicht staande waterleidingen, waarna art. 48 en 49 voor deze laatste niet meer van kracht zijn.

Blijkbaar bleven de Provinciale Staten dus ook bij de vaststelling van het nieuwe reglement op de waterleidingen van meening, dat zij de bevoegdheid hadden tot het vaststellen der peilen. Immers art. 57 van dit reglement zegt heel duidelijk, vergunningen en ontheffingen, krachtens reglementen, verordeningen en beschikkingen of besluiten verleend, blijven van kracht tot zij door nieuwe, overeenkomstig de bepalingen van dit reglement genomen, zijn vervangen.

De bevoegdheid bij deze reglementen aan Gedeputeerde Staten

1) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Najaarszitting 1856. bldz. 157.

2) id. bldz. 163.

3) id. Najaarszitting 1889. bldz. 182 e.v.

Sluiten