Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

b. De Aa.

Evenmin als bij de Dommel, kwam de in 1798 toegezegde x) bevaarmaking van de Aa tot stand. Ook de afwatering van de Aa werd door het aanleggen van de Zuid-Willemsvaart ongunstig beïnvloed 2).

Aan de verbetering van de rivier zelve geschiedde toen niets. Wel werden door het Provinciaal Bestuur voorschriften voor de watermolens, de schouwvoeringen enz. gegeven, evenals voor de Dommel 8).

Maar de toestand bleef ongunstig, ja, door de voortdurend vermeerderende hoeveelheid af te voeren water en den steeds slechter wordenden toestand der bedding, werd de schade, door overstroomingen aangericht, elk jaar grooter.

In 1856 werd te Erp een vergadering gehouden van commissiën uit de gemeenteraden van Helmond, Beek en Donk, Gemert en Dinther met de Burgemeesters en Wethouders van Aarle-Rixtei, Erp, Veghel, Schijndel en Berlicum, om middelen tot verbetering van den waterafvoer der Aa, te beramen. Het gevolg hiervan was, dat een adres aan de Provinciale Staten gezonden werd, waarin medegedeeld werd, dat de noodzakelijkheid van een algeheele verbetering van de rivier de Aa zich voortdurend meer deed gevoelen en dat deze met kracht moest ondernomen en uitgevoerd worden *).

Als middelen daartoe werden aanbevolen:

a. doorgraving van een aantal kronkelingen;

1) Art. 8 der Additioneele Artikelen tot de Acte van Staatsregeling van 1798 luidende:

- Ter bevordering van den Landbouw en Koophandel, zorgt het Vertegenwoordigend Lichaam, dat zoodanige Rivieren, Vaarten en Doorsnijdingen gemaakt worden, als zullen dienen, om de woeste gronden ten voordeele der Republiek te bereiden. Bijzonderlijk zal zulks plaats grijpen, ten opzichte van de Rivieren de Dommel en de Aa; zullende die bevaarbaar gemaakt worden, opwaarts de eerste van den Bosch tot Eindhoven, en de laatste van den Bosch tot Helmond, alsmede de Rhun of de Lij tot Oos terwij k.

Ter volvoering van dit ontwerp, zal uit 's Lands Kas, jaarlijks, besteed worden eene som van ten minsten vierhonderd-Duisend guldens, tot zoo lang de gemelde Rivieren bevaarbaar zullen wezen.

') Zie bldz. 145.

3) Zie bldz. 146.

«) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Zomerzitting 1856, bldz. 98.

Sluiten