Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

6. ruiming van ondiepten, verbreeding van de rivier op de smalle plekken en het maken van glooiende oevers;

c. het maken van afleidingen;

d. invoering van een Provinciale verordening met de noodige strafbepalingen tegen het misbruik, dat van de watermolens gemaakt werd*).

In dit adres werd verder te kennen gegeven, dat, indien de gewenschte verbeteringen niet zonder de oprichting van een waterschap verkregen konden worden, dit onverwijld tot stand moest komen 2).

Naar aanleiding van dit verzoekschrift besloten de Staten 10 Juli 1856 Gedeputeerde Staten uit te noodigen om na het door hen gedaan onderzoek, den Waterstaat te hooren over de middelen, welke ter verbetering van den toestand aangewend zouden kunnen worden,en hierover in de Najaarsvergadering verslaguit te brengen, alsmede omtrent een op te richten waterschap *).

De besturen van de langs de Aa gelegen gemeenten ontvingen daarom, tegelijk met die van de gemeenten langs de Dommel, bij schrijven van Gedeputeerde Staten van 25 Juli 1856, een verzoek om inlichtingen 4).

Volgens mededeeling van den Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat van 8 Sept. 1856 aan Gedeputeerde Staten, zou het oprichten van een waterschap ook voor de Aa zeer wenschelijk zijn. Maar het opmaken van een verbeteringsplan voor deze rivier Zou nog al moeilijkheden opleveren, omdat geen kaarten, teekeningen of bescheiden bestonden, zoodat de geheele rivier plaatselijk opgenomen zou moeten worden. Daarom gaf hij in overweging een som van 1200,— gld. beschikbaar te stellen, om die buitengewone werkzaamheden te kunnen doen verrichten 5).

In afwachting van de oprichting van de waterschappen achtten Gedeputeerde Staten met den Hoofdingenieur van den Waterstaat het nuttig, een reglement te maken voor de Dommel en de Aa, houdende verordeningen ter voorkoming van overstroomingen

*) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Zomerzitting 1856, bldz. 98 en 99. ") id. bldz. 100. ») id. bldz. 186.

«) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Najaarszitting 1856, bijlage 2, bldz. 11. s) id. bldz. 13.

Sluiten