Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

verbeteringswerken, onder voorwaarde, dat over de gronden, die belang bij de verbetering hadden, een waterschap opgericht zou worden1).

De Staten besloten echter vooralsnog geen subsidie toe te kennen. Zij lieten de belanghebbenden echter vrij nogmaals een verzoek om subsidie in te dienen, zoodra de uitvoering der werken en de bestrijding der kosten behoorlijk geregeld zouden Zijn 2).

Intusschen bleek, dat het bestuur van het waterschap ter bevordering der verbetering van den waterstaatstoestand in het Noord Oostelijk gedeelte van N.Br. langs de Noord-Oostelijke grens van dat waterschap een Peeldam wilde leggen. Nu vonden Gedeputeerde Staten het van belang, dat voor de Raam tevoren een waterschap werd opgericht. Daarom verzochten zij den Hoofdingenieur van den Waterstaat een ontwerp-oprichtingsbesluit voor een waterschap over de Raam te maken.

18 October 1887 zond de Hoofdingenieur zijn ontwerp in. Dit werd ter visie gelegd in de betrokken gemeenten. Volgens het ontwerp zou het waterschap zich alleen uitstrekken over de gronden, die na het leggen van den Peeldam waterlast zouden hebben. Deze gronden lagen in de gemeenten Grave, Velp, Escharen, Gassel, Beers, Haps en Mill ca.

De opvattingen over de waterschappen moeten toen veel verschild hebben van de tegenwoordige. Immers, voor het Helvoirtsche Broek werd een waterschap aangevraagd voor 265 H.A. en er kwam een ontwerp voor het geheele stroomgebied van de Broekleij, ter grootte van ± 1900 H.A.3). Ook de nieuwe waterschappen van de Dommel en de Aa omvatten het geheele stroomgebied. En voor de Raam had juist het omgekeerde plaats. Het ontwerp omvatte minder gronden, dan waarvoor het waterschap werd aangevraagd.

Veel bezwaren werden tegen het waterschap ingebracht. Vooral het bestuur van den polder Mars en Wyth, dat het binnendijksgelegen gedeelte van zijn waterschap in het ontwerp zag opgenomen, verzette zich. Ook uit Escharen kwamen verschillende bezwaren. Van enkele zijden vroeg men het geheele stroomgebied

*) Schrijven van Ged. Staten van 16 Mei 1884, No. 616.

2) Notulen Prov. St. v. N.-Br., alsv. Zomerzitting 1884, bldz. 309.

*) Zie bldz. 244.

Sluiten