Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126 ZELFBEZINNING EN WERELDBEELD

„Evolution créatrice", eveneens in 1907 verschenen, den „Elan vital" verheerlijkt. De volstrekte onhoudbaarheid der machine-vergelijking wordt door Driesch biologisch, psychologisch en filosofisch aangetoond, met een overvloed van argumenten. Doch hiermede is niet alle mechaniseering geloochend. Integendeel, dat er machinale, automatische levensprocessen bestaan is duidelijk; hun klaarblijkelijkheid was juist de aanleiding tot het opwerpen der voorbarige materialistische hypothesen. Driesch leert ze ons echter kennen als secundaire verschijnselen, als vastleggingen van onderfunktiès of organen, die daardoor verder werken of zich verder ontwikkelen in de eenmaal aangewezen richting. En dit blijven, óók wanneer die werking of die ontwikkeling geen zin meer hebben, zooals bij sommige accidenteel overbodige instinkt-handelingen het geval kan zijn of bij z.g. superregeneraties, waarbij geheel onnoodig meèr hersteld wordt dan er beschadigd was. Het is echter de oorspronkelijke entelechie, de autonoom doel-stellende levenskracht van het geheel, welke de basis voor zulk machinaal werken van onderdeden heeft geschapen. Deze vrijheid van het leven blijkt ook uit de willekeurige wijziging van onderdeelen, hetzij door eigen wil of door vreemde suggestie (wat in laatste instantie hetzelfde blijkt), zooals het genezen en het te voorschijn brengen van wonden (stigmata). Is mutatie een uiting van diezelfde vrijheid? Dat wil zeggen: een buitengewoon ingrijpen

126

Sluiten