Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130 ZELFBEZINNING Eëj WERELDBEELD

staan, niet omdat bnn levenskracht te gering, hun bewustzijn te dof was voor een meer bewogen leven, maar eenvoudig omdat zij hun organen, hun machinestruktuur van het eerste begin af moesten kunnen maken; de zoogenaamd anorganische stof moest geleidelijk uit haar ervaringen die „dominanten" of entelechieën kunnen construeeren volgens welke de oerwezens zich verder zouden ontwikkelen. En spreekt het niet van zelf dat die primitieve vorming, die eerste vastlegging, onvergelijkelijk meer inspanning moest kosten dan de latere voor veel grooter aandeel automatisch verloopende? Afwisseling en strijd zijn noodig om tot hooger ontwikkeling te kunnen stijgen en vandaar dat het hooger bewustzijn en het hooger intellekt zich eerst later, toen het leven het veelvormiger en gevaarlijker vasteland veroverde, konden ontwikkelen; maar elk leven dat daar zou trachten te beginnen ware spoedig in den kiem gedood. Toch is het allerminst een bewijs van zwakte indien een organisme te gronde gaat door omstandigheden waartegen het zich eerst krachtens lange ervaring kan wapenen. Integendeel, is niet het feit dat het telkens zijn nieuw rijk verovert met de wapens die het in het oude leerde maken een bewijs van kracht? De aapmensch ontstond in het warme en welige begin van het tertiaire tijdperk; in het koeler en kariger Plioceen was hij nog maar weinig veranderd, maar eerst de ontzettende worsteling met den nood der ijstijden maakte hem eindelijk tot

130

Sluiten