Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

ZELFBEZINNING EN WERELDBEELD

ook in ons zijn quasi willekeurigheden schept. „Geschehen und notwendig Geschenen ist eine Tautologie", zegt Nietzsche*) en dit slaat zonder onderscheid op physisch zoowel als op psychisch geschieden. Dat de mensch schijnbaar gaat waar hij wil, dat de bacil kiest tusschen het hem aangeboden voedsel en eerst dan glycerine assimileert wanneer hij geen druivensuiker meer vindt, neemt niet weg dat hun relatief willekeurig handelen absoluut noodzakelijk is. Maar waarom zou dan niet een of ander absoluut noodzakelijk chemisme evengoed in zekeren zin willekeurig zijn ? Dat de physische kausaliteit zoo eenzijdig-gedwongen, de psychische finaliteit zoo veelzijdig-vrij lijkt, ligt hieraan dat de hoogere organen der zoogenaamde levende organismen meer individueele ervaring en dus strijd van wilsmotieven en dus een schijnbare vrije willekeur mogelijk maken, terwijl de slechts qua molekulen of atomen georganiseerde stof alleen volgens de eene oogenblikkelijke ervaring dier verbandlooze, onderling gelijke deelen schijnbaar eenduidig en ook arithmetisch-geometrisch reageeren moet. Daardoor alleen is het werken der anorganische materie voor onze waarneming regelmatiger en berekenbaarder, omdat de Logos in ons, de materie naar zichzelf beoordeelend, — wijl zij, evenals wijzelf, in gelijke omstandigheden gelijk werkt — gemakkelijker voor haar werking een formuleering vindt dan voor de

J) Wille zur Macht § 639.

Sluiten