Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AL-EENHEID VAN DEN GEEST

149

te beschouwen als een autonome, willekeurige aktie.

Ook de heerschappij der natuurwetten is dus niet bij machte een scheiding tusschen levende en doode stof te rechtvaardigen. „Natuurwetten zijn mijlpalen op onzen weg naar de waarheid, maar aan het doel zijn ze niet te vinden," zegt Kohnstamm *). Liever nog zou ik herhalen wat ik in „Woord en Werkelijkheid" schreef: „De natuurwetten zijn voorwaarden van die regelmatigheid, die het normale gedrag der materie kenmerkt; voorbereidende openbaringen van den Geest, die regelmatigheid behoeft om eenmaal geschapen orde te kunnen handhaven en volgens zijn plan te kunnen evolueeren. De volgens natuurwetten werkende materie is het materiaal van den Geest.

AL-EENHEID VAN DEN GEEST.

De al-eenheid van den Geest was ons uitgangspunt. Reeds in „Woord en Werkelijkheid" stelden wij haar als axioma. Toch behandelden wij haar in den loop der betogen herhaaldelijk als nog „te bewijzen". Bijvoorbeeld door van ziel of geest der dingen te spreken als van eene aan de onze analoge psyche. Nu echter „bezieldheid" voor alle materie aannemelijk werd gemaakt en gelijktijdig het begrip der materie als eigenmachtige Substantie werd verworpen, zal het niet moeilijk vallen als de ware reden en rechtvaardiging onzer analogie-conclusies

*) Schepper en Schepping pg. 176.

Sluiten