Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZELFBEZINNING EN WERELDBEELD

lende organismen, die blijkbaar foor elkander geschapen zijn.

VEELHEID DER VORMEN.

Voor zoover het Al-eene leven zijn eerste gedachte wil: de negatie van het kontinue, schept het uit en in het ééne kontinue de vele diskontinue krachtcentra die, uit gecontraheerde kracht bestaande, een bepaald innerlijk verband vormen. Als zulke op zichzelf staande eenheden zijn zij de eerste subjekt-objekten die, het eigen wezen als Ik doorlevend, door de durige relatie met het afgescheiden Niet-ik de objektieve verschijning daarvan als voorstelling beleven. Er is niet langer wil alleen, er is ook een wereld, dat is voorstelling. Hiermede is de geest qua wezen begrepen als één kontinue wils-voörstelling van diskontinue veelheden, maar tevens zijn verschijning in elk dier veelheden als diskontinu fragment van het ééne. De oer-atomen, die als eerste bepaalde, gemechaniseerde wil werken, zijn daardoor voor elkaar objektieve materie geworden. Maar, heeft zich de oerkracht in hen bepaaldelijk verbonden, gebonden tot een absoluut inwendig evenwicht is het leven in hen allerminst. Als zelfwerkende voorstellingen moet hun zelfwerkende kracht zich steeds naar buiten openbaren. Het „vrije" leven in hen zet zijn verband en eenheid zoekend streven voort en vormt, doch thans werkend volgens de zelf geschapen struktuur zijner

152

Sluiten