Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

ZELFBEZINNING EN WERELDBEELD

dig vele aspekten van het wordend Al in zijn geheel. Want aldus Hegel: „das Wahre ist das Ganze, das Ganze aber ist nur das durch seine Entwicklung sich vollendende Wesen" x) In zijn hoogste zelferkenning heft het Ik zichzelf op en het wordt wat het is, God, het Al-eene leven. En met deze opheffing der Individualiteit is die phase van zelfbewustheid bereikt wier adaequate uitdrukking niet meer luidt: „Ik denk, dus ben ik"; maar. „God is, dus denk ik."

Er is niets buiten het Ik en zijn illusie, luidde eens de drogreden van het Solipsisme. Want het „iets" is gedachte en het „buiten" is gedachte en het „zijn" is gedachte. Doch de waarheid luidt: „Er is niets buiten God en zijn levende werkelijkheid."

En de menschen geest die dit redelijk inzicht werkelijk heeft bereikt zal niet langer worden verontrust door de twijfelingen des verstands noch door de dwalingen des geloofs. Voor hem geldt Augustinus' „Inquietum est cor meum donec requiescat in te: Ontrust is mijn hart, tot het vrede vinde in U.

l) Phaenomenologie des Geistes, Vorrede.

Sluiten