Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEUWIGE WET OF TIJDELIJKE INSTELLING

den hebben zich ten allen tijde gemanifesteerd; de ekonomische of politieke omstandigheden leiden alleen tot bepaalde accentueering en nuanceering en tot eenzijdige interpretatie aangaande hun nut of schadelijkheid. Maar in diepsten grond kan de uiterlijke evolutie niets anders zijn dan bewustwording van innerlijke wet, die op de buitenwereld toepasselijk blijkt, — en dus transcendent schijnt — omdat zij ook van deze buitenwereld zelf de immanente wezensdrang is. En het lijkt wel dat de mensch zich altijd min of meer van dezen dubbelen grondslag zijner moraal bewust geweest is en daarom zijn maatschappelijk utilitaire moraalvormen steeds zoo gemakkelijk als religieus noodzakelijk heeft kunnen opvatten, zoo argeloos van den nood een deugd kon. maken.

Trouwens het utilitaire is niet hemelsbreed van het religieuze gescheiden. Bij de gelijktijdige werking aller menschehjke geestesfunkties kan wel van een oyerheerschen van bepaalde funkties, nooit echter van een a//eenheerschen sprake zijn. En zoo ware het even onredelijk aan te nemen dat oerzeden, die naar ons tegenwoordig inzicht op nuchter-verstandelijk inzicht alleen zouden kunnen berusten, dit vroeger ook inderdaad deden en niet tevens van

religieuze gevoelens afhankelijk waren. En in werkelijkheid zijn ook steeds de oudste zeden, die betrekking hebben op de meest logisch noodzakelijke daden: op den gezamenlijken arbeid in het veld of

173

Sluiten