Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEDELIJKE EN REDELIJKE WERELDORDE

wetenschappelijk en het religieus karakter van oermythologie en fetichisme, is er evenmin verschil tusschen een logische „opinio necessitatis" en een religieuze „opinio juris", dat is een meening of iets op noodzakelijkheid dan wel op rechtsbesef berust. De geheele moraal vindt bij den oerstam, zonder dat er eenige sprake is van een natuurwettige noodzakelijkheid of van een goddelijk gebod, haar sanktie in dit oorspronkelijk gevoel van „niet anders kunnen" dat zich aan elk herhaald en beproefd geschieden vastknoopt, ditzelfde gevoel dat kleine kinderen zoo krachtig doet protesteeren tegen ook maar de allergeringste wijziging in hunne gewoonte-ervaring.

Deze of geene handeling „moet" zoo geschieden, meent het kind, zonder dit „zoo behooren" ook maar in het minst als een gebod van wie of wat ook op te vatten. En evenzoo de wilde, die zonder dat iets anders dan „traditie" hem daartoe noopt, de stam-moraal handhaaft en, waar zijn angst nog zooveel redeloozer en zijn wraakzucht nog zooveel toomeloozer zijn dan die van het hedendaagschc kind, de overtredingen der gewoonte even meedoogenloos als ongemotiveerd bestraft.

Alleen waar reeds een begin van heerschappij ontstaan is kan het ook de bloote machtswil van den heerscher zijn die de stammoraal bevestigt of handhaaft of die bij gelegenheid nieuwe moraal opdwingt. Hij wordt gehoorzaamd, niet uit eenig plichtsbesef, maar omdat niemand er aan denkt zich

184

Sluiten