Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEDELIJKE EN REDELIJKE WERELDORDE

van bloedschande eerst, dan der endogamie, het huwelijk binnen dezelfde groep; de streng geregelde doodendienst, de beperking der bloedwraak, de voorschriften ten opzichte van den landbouw, van de veeteelt, van de gezondheid, van het ruilverkeer etc, zij allen zijn toch tenslotte voorwaarden geweest eener hoogere moraliteit. Het pralende besef van in de vrouw iets kostbaars te bezitten, iets dat vele ossen en slaven gekost had of door gevaarvollen roof werd verkregen, veranderde door het familieleven tot een meer psychische waardeering en ten laatste tot liefde; eerbied voor de ouders en eerbiediging van den naaste ontstonden; uit de nimmer rustende ekonomisch-geestelijke wisselwerking sproten die vlijt, die ordelijkheid, nauwgezetheid, eerlijkheid, welwillendheid, mededeelzaamheid, hulpvaardigheid, kortom al die deugden die de maatschappelijke mensch behoeft. Welk aandeel in de vorming van deze algemeene deugden heeft het bewuste of onbewuste heerschersegoïsme gehad ? Het is een willekeurige en tendentieuze meening dat alle moraal, ja zelfs alle ras-, klasse- of partijmoraal wezenlijk het uitsluitend belang der heerschers bevordert of zelfs maar beoogt. Bovendien, is niet bij het opleggen eener moraal de willekeur der heerschers toch altijd tot op zekere hoogte gebonden aan het stamkarakter der beheerschten, dat zich in den strijd der nog vrije horde tegen de uiterlijke omstandigheden, tegen klimaat en omgeving vormde? Is niet krach-

102

Sluiten