Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPTIMISME EN PESSIMISME

205

optimistisch Mazdaisme als systeem op zichzelf geen duurzaam bestaan had en slechts later, uit de tweede hand, door wat het Mosaisme en het Christendom er van adopteerden, zijn zegenrijken en verheffenden invloed kon doen gelden.

„Het vleesch is de bron van alle geestelijke onmacht en dus van alle kwaad." Hoe anders zal de mensch kunnen oordeelen voor wien de nog barbaarsche zinnelijkheid in haar oerbuitensporigheid inderdaad de grootste belemmering is bij zijn geestelijken arbeid en die het triomfantelijk beheerschen zijner hartstochten niet anders kan voelen dan als een overwinnen van het lichaam? „Ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds", zegt Paulus -). „Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik" 2). Wat wonder dat de animisten, die hun eigen willingen houden voor verachtenswaardige bezetenheden huns lichaams, ten slotte zuchten: „Ik ellendig mensch! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" 3)

Zoo is het resultaat van het primitieve idealisme de verzaking van al het zinnelijke en wereldsche, eensdeels wijl hun overmaat den geest afleidt en verzwakt, maar anderdeels wel even vaak wijl inderdaad de druiven te zuur zijn, een reden die meer nog dan de eerste aan de overheerschte massa de ge-

1) Rom. 7 : 23. *) Rom. 7 : 20. *) Rom. 7 : 24.

Sluiten