Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOODSVREES EN DOODSVERLANGEN

213

kennelijk van het lichaam gescheiden, zintuigelijk waar (dat ook déze zintuigelijke waarneming bedrog zou kunnen zijn wordt over het hoofd gezien) en heeft dus feitelijk geen reden om aan hun onsterfelijkheid te twijfelen, zoodat de religies die de onsterfelijkheid zonder eenig bewijs als dogma stellen zonder tegenspraak geloof vinden. Het dualisme van lichaam en ziel, waarbij dan de ziel als een ijler soort materie wordt opgevat, is voor het primitieve denken een waarnemingsfeit, niemand betwijfelt oorspronkelijk dat er een van het lichaam af zonderbare ziel bestaat, die zich onder bepaalde omstandigheden van het lichaam kan en bij den dood moet losmaken. Hoogstens overwegen scherpdenkende twijfelgeesten of zij misschien na den dood als rook verdwijnt of onveranderd naar een onder- of bovenwereld verhuist. Staat dit laatste vast, en ook dit is spoedig empirisch bewezen, (immers hoe vaak verschijnen ons niet geesten uit wier eigen mond wij kunnen vernemen dat zij hier of ginds vertoefden) dan zijn alleen de bijzonderheden omtrent het verband van ziel en lichaam, de verblijfplaatsen der gestorvenen, den aard der straffen en belooningen diskutabel en desnoods betwijfelbaar. De algemeene filosofische en moreele ontwikkelingsgraad, in verband met het volkskarakter bepalen de fantasieën hieromtrent, die als meest aannemelijke waarheid kunnen gelden. Zoo eischt de logische zin, en meer nog het zachtmoedige billijkheidsgevoel der Indiërs

Sluiten