Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOODSVREES EN DOODSVERLANGEN

heel en al verwerpelijk lijkt, maar die niettemin toch hoopt op een beter.

„Er wünscht das AU zn begreifen, hauptsachlich urn sein Verhaltniss zu diesem AH zu erkennen", zegt Schopenhauer -) als antwoord op de vraag waarom de mensch filosofeert. Waaruit men zou kunnen opmaken dat hij gelooft dat het intellekt ook nog een, zij het dan bescheidener, bijbedoeling heeft. Maar is er stelliger uitspraak omtrent de beteekenis van het denken mogelijk dan deze: „Die Erkentniss überhaupt ist sekundaren Ursprung, ist ein accidentelles und aüsseres,.... ein Licht mitten in der grenzenlosen ursprünglichen Finsterniss, in welche sie sich verliert" 2). Hier is het vinden der moraal, van het licht in de duisternis, volmondig als doel der filosofie erkend. En omtrent de onbevooroordeeldheid van den modernen denker die den Wil, het Leven ontdekte om het ten slotte als een primitieve Indische droomer te. . . . negeeren, zal geen twijfel bestaan bij wie zijn zoo hartstochtelijk verlangende en zoo droevig-eenzame karakter kent. Of is Schopenhauer geworden wie hij was omdat zijn onbevooroordeelde geest hem eerst den wil deed vinden en toen om logisch niet te ontwijken redenen hem dien wil leerde verzaken? Schopenhauer was wil, een buitensporige, hevig-levende wil, te rustloos levend, zoodat ook hij ten laatste meende rust te

L) Einleitung in die Filosofie.

') Nachlass, Metaphysik der Sitten.

219

Sluiten