Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

220

ZEDELIJKE EN REDELIJKE WERELDORDE

verlangen en den dood, den aartsvijand voor het naïef gevoel, erkende als goeden vriend.

LEVENSLUST.

Van hen die den dood dienden toonde ik aan hoe hun denken te voren reeds door de begeerten hunner moeheid en moedeloosheid' werd bepaald. Elke religie, elke filosofie des doods is uit vooroordeel gesproten, d. w. z. bedoelde eigenlijk niet anders dan den dood te vinden al was het dan ook om ten laatste door dien dood toch. . . . het leven te bereiken. Doch hoe met de evangelieën des levens ? Van hen die de macht en de blijheid des levens verheerlijken — hoe weinigen tegenover de predikers des doods — noem ik hier twee, Zarathustra en Spinoza. Zarathustra, de verbannen Indische wijze, stichter van dien niet slechts als het Boeddhisme zachtzinnigen, maar van dien tevens als geen andere blijden en levenskrachtigen, tot zelfontwikkeling en vreugdige daadkracht aansporenden godsdienst van den eenen Lichtgod, wien alle wraakzucht en wreedheid vreemd is en wiens strijd tegen het kwade ten slotte tot een zekere overwinning en eeuwige verlossing voert; Zarathustra, die geen ander loon en geen andere straf kent dan de innerlijke consequentie van elke daad, leerde als ongemotiveerde moraal die zelfde levensaffirmatie die Spinoza filosofisch bewees niet alleen, maar terwille waarvan hij eigenlijk filosofeerde. Dat Zarathustra's drijfveer het voor-

Sluiten