Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222

ZEDELIJKE EN REDELIJKE WERELDORDE

tot de zijne maakte en zeker ernstiger behartigde dan zijn meester, de al-twijfelaar, die zijn filosofie begon met een gelofte aan de moeder Gods — dat Spinoza de eindelijk gevonden en quasi bewezen wijsheid reeds eigenlijk al bezat vóór hij begon te zoeken, moet elk erkennen die dien zeldzaam simpelen, maar zoo diep ontróerenden, zoo heel zijn schoone, zachtzinnige en nobele menschelijkheid openbarenden aanhef leest van zijn Tractatus de Intellectus Emendatione. (Verhandeling over de Zuivering des Verstands). ..Postquam me experientia docuit, omnia, quae in communi vita frequenter occurrunt, vana et futilia esse: cum viderem omnia, a quibus et quae timebam, nihil neque boni neque mali in se habe re, nisi quatenus ab iis animus movebatur; constitui tandem inquirere, an aliquid daretur quod verum bonum et sui communicabile esset, et a quo solo, rejectis caeteris omnibus, animus afficeretur; imo an aliquid daretur, quo invento et acquisito, continua ac summa in aeternum fruerer laetitia". -)

Dit verum bonum, dit „waarachtig goed", dat hij in zijn „Amor Dei" bestendigd vond, in die

l) Nadat de ervaring mij geleerd had dat al wat in het dagelijks leven voorvalt ijdel en waardeloos is, toen ik inzag dat al wat ik vreesde en al wat mij vreesde noch iets goeds noch iets kwaads in zich hield dan alleen voorzoover de ziel er door bewogen werd, besloot ik eindelijk te onderzoeken of er een waarachtig goed bestond dat ik deelachtig kon worden en waardoor uitsluitend, met verwerping van al het overige, mijn ziel kon bewogen worden; kortom of er iets was door welks vinden en verkrijgen ik een voortdurende en hoogste blijheid voor eeuwig zou kunnen genieten.

Sluiten