Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTOEREIKENDHEID VAN HET CHRISTENDOM

Maar dat zij dit deden, en met blijkbaar succes, bewijst immers juist alweer dat deze denkbeelden in de lucht hingen en dat de tijd er rijp voor was. Waarschijnlijk reeds gedurende eeuwen rijp. Natuurlijk brengt het Christendom iets nieuws; maar op dezelfde psychologisch-noodwendige wijze als iedere gedachte, ieder stelsel, dat uit het reeds bestaande synthetisch opgroeit, in dien zin „nieuw" genoemd kan worden.

Als kern van alle religieuze denken beschouwt men algemeen het verlangen naar „verlossing". Maar is het niet willekeurig en volmaakt onpsychologisch, aan te nemen dat de mensch voor Christus uitsluitend haakte naar materieele verlossing, naar bevrijding uit den stoffelijken nood van honger, armoede, onderdrukking enz., doch na Christus plotseling alleen maar verlost wilde zijn van zonde ? Heeft de mensch niet vóór Christus gezondigd, en bewust gezondigd, met voorspel en nasleep van al die driften en gevoelens als bijvoorbeeld verzoeking en berouw, waarvan de christelijke zondaar vaak ook al het monopolie schijnt op te eischen ? Gewagen niet ook andere godsdiensten van een zondenval? Neen, de mensch is nooit plotseling anders gaan voelen en denken, de geheele wereldlitteratuur staat klaar om het te getuigen.

En niet alleen dat we de gevoels-elementen der christelijke heilsleer mogen zoeken bij de gelijktijdige godsdiensten; ik meen dat wij, op psycholo-

235

Sluiten