Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOT HET AL-EENE

Xenophon had zijn tienduizend Grieken teruggevoerd naar de vrije zee. De Galliërs hadden Rome veroverd. Alexander was zegevierend doorgedrongen tot in Indië en armzalig gestorven. Rome en Karthago hadden op het uiterste gestreden. De groote Cesar was vermoord. De menschheid zuchtte onder haar overzware zorgen. Maar Seneca's wijsheid vermaande haar die zorgen als onwezenlijk te aanvaarden en te dragen en de liefde van den Christus predikte het evangelie van het koninkrijk Gods dat is binnen in ons.

Het machtigste imperium der wereld ging ten onder, de stad der steden was verworden tot een poel des bederfs. Maar Augustinus wees de ontzedelijkte menschheid naar de eeuwige stad Gods. Attilla's geesel zweepte de verbijsterde volken voor zich uit; een barbarenvorst heerschte in het ontwijde Rome. Maar Boëthius schonk in zijn vreeselijke gevangenschap het menschdom zijn „Vertroosting der Wijsbegeerte", de vertroosting, dat het geluk niet ligt in de overwinning van volken en de heerschappij over menschen, maar in de overwinning der begeerten en de heerschappij over zichzelf, waardoor de geest opgaat in het volstrekt eeuwige, dat is boven, alle vergankelijke ellende.

Het rijk der Vandalen, het rijk der Oostgoten verzinken. De Islam verschijnt en begint zijn worsteling met het Christendom. Karei de Groote. ... de Noormannen.... De kruistochten.... Djengis

27<>

Sluiten