Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Laat ons allereerst inzien, dat het vraagstuk: Christendom en universeele religie niet voor allen een vraagstuk is. Het is allereerst geen vraagstuk voor hen, die tot een geloofsovertuiging maken de uitsluitende waarheid en daarmede de volkomen onvergelijkelijkheid van hun godsdienst ten opzichte van de andere religies, die dan ook niet of nauwelijks religies mogen worden genoemd; Dr. A. Kuyper placht dan ook van „pseudo-religies" (valsche religies) te spreken. Wij kennen onder de Christenen tal van menschen die zoo spreken, maar het verschijnsel van een zoodanige waardeering van den eigen godsdienst bepaalt zich werkelijk niet tot het Christendom, het komt voor in alle uitgegroeide hoogere religies; de beschouwingen die volgen werpen er ook eenig licht op. Het komt zelfs voor in het Boeddhisme, waar men het nu niet in de eerste plaats verwachten zou. Om een voorbeeld uit den laatsten tijd te noemen, de Boeddhist Dr. P. Dahlke eindigde onlangs een betoog over deze stof met een: „Hier (te eener zijde) het-Boeddhisme, hier (te anderer zijde) al het andere." *) Waar dit dogmatisch standpunt open en frisch beleden wordt, is kennis van de andere religies nauwelijks noodig te achten. Geargumenteerd wordt uit een bepaalde opvatting van den eigen godsdienst.

Met deze menschen staat wézenlijk op één lijn een andere groep. Deze zeggen (en meenen natuur-

x) In Keyserling's E h e«B u c h, Celle 1925, blz. 356.

1

Sluiten